Vermindering van onroerende voorheffing wegens improductiviteit

Als u een onroerend goed heeft dat een tijdje leegt staat, heeft u recht op een vermindering van de onroerende voorheffing. Deze tegemoetkoming wordt ook wel de vermindering wegens improductiviteit genoemd. Wij bespreken de regels die gelden in het Vlaams Gewest.

Leegstand en improductiviteit

De improductiviteit van een gebouw, geeft recht op een verminderde onroerende voorheffing. Met improductiviteit wordt bedoeld een gebouw dat leegstaat en geen inkomsten opbrengt gedurende een bepaalde periode.

In feite wordt het kadastraal inkomen (KI) proportioneel verminderd. Maar aangezien de onroerende voorheffing berekend wordt op basis van het KI, zal er ook een lagere onroerende voorheffing verschuldigd zijn.

Zowel woningen als bedrijfsgebouwen komen er voor in aanmerking.

Voorwaarden

Het gebouw mag niet gemeubileerd zijn. Als er in een bedrijfsgebouw nog machines achterblijven die nodig zijn voor de exploitatie van de bedrijfsactiviteit, staat dat de toepassing van de vermindering evenwel niet in de weg.

De periode van leegstand én de improductiviteit van het gebouw moet tijdens het aanslagjaar minstens 90 dagen geduurd hebben, maar mag niet meer bedragen dan twaalf maanden.

De improductiviteit moet onvrijwillig zijn, onafhankelijk van uw wil. Het is aan u om dat te bewijzen. Dat kan bijvoorbeeld door aan te tonen dat u het gebouw heeft proberen te verhuren, te verkopen of te verhuren én te verkopen. Vroeger vereiste de administratie vaak dat u het gebouw tegelijk én te koop én te huur zette. In de rechtspraak is evenwel de tendens ontstaan om rekening te houden met de economische realiteit. Het is soms immers niet haalbaar om het gebouw te koop én te huur te zetten, bv. als u al serieuze onderhandelingen heeft lopen met een kandidaat-koper,  of tijdens de periode tussen het tekenen van de 'compromis' en het verlijden van de notariële akte.
Onbeschikbaarheid van het gebouw omdat u verbouwingswerken laat uitvoeren, wordt in principe niet als onvrijwillig beschouwd. Enkel wanneer de werken noodzakelijk zijn om bewoning (en dus ook verhuur/verkoop) mogelijk te maken, is improductiviteit tijdens de werken ook 'onvrijwillig'.

Deel van het gebouw

De improductiviteit hoeft niet te slaan op het volledige gebouw. Ook een deel van het gebouw kan improductief zijn. Het moet dan wel gaan om een gedeelte van het gebouw dat op zichzelf kan staan:

een afzonderlijke huisvesting;

een afdeling die afzonderlijk kan werken;

een eenheid die van de andere goederen of delen kan worden afgezonderd.

Materieel en outillage

Ook het kadastraal inkomen van materieel en outillage kan worden verminderd als ze ten minste 90 dagen tijdens het aanslagjaar buiten gebruik zijn geweest of als een gedeelte van het materieel en outillage dat minstens 25 % van het kadastraal inkomen vertegenwoordigt, tijdens het aanslagjaar minstens 90 dagen buiten gebruik is geweest.

Voor materieel en outillage wordt de voorwaarde van het onvrijwillige karakter niet gesteld. Het volstaat dat het gedurende de vereiste periode buiten gebruik is geweest om de vermindering te krijgen.

Vernieling van het goed

Ten slotte geeft ook de gehele of gedeeltelijke vernieling van minstens 25 % van het onroerend goed recht op een vermindering van de onroerende voorheffing. De vernieling moet het gevolg zijn van een buitengewone gebeurtenis,  een ramp onafhankelijk van de wil van de eigenaar, bv. een brand, waterschade, instorting.

Voor materieel en outillage moet de vernieling niet onvrijwillig zijn.

Nieuws

De "Bijkluswet" maakt onbelast bijverdienen mogelijk. Dat kan voor werknemers die minstens 4/5 werken, voor zelfstandigen in hoofdberoep en voor gepensioneerden. Zolang de inkomsten binnen een vastgelegde limiet blijven, zijn er geen bijdragen of belastingen verschuldigd. Sinds 15 juli 2018 moeten de klussen worden aangegeven via de onlinedienst Bijklussen. De werking in een notendop.

Sinds 1 november 2018 maken we geen onderscheid meer tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen. Voortaan spreken we enkel over vennootschappen. Beoefenaars van vrije beroepen die een vennootschap oprichtten, kozen traditioneel voor een burgerlijke vennootschap. Dit burgerlijk karakter van de vennootschap staat vermeld in haar statuten. Moeten de burgerlijke vennootschappen hun statuten nu aanpassen?

Aan de vooravond van het nieuwe jaar, staan we even stil bij de verdere uitwerking van de taxshift en de hervorming van de vennootschapsbelasting.