Herziening van afgetrokken btw: hoe zit dat precies?

Belastingplichtigen kunnen de btw die zij betalen op de producten en diensten, die zij gebruiken voor hun aan btw onderworpen beroepsactiviteit, onmiddellijk volledig aftrekken. Gewijzigde omstandigheden kunnen echter met zich meebrengen dat er vroeger te veel of te weinig btw werd afgetrokken. Dan wordt de aftrek herzien, om de situatie weer recht te zetten. In deze bijdrage focussen we op de herziening van aftrek van de btw geheven op bedrijfsmiddelen.

Wat zijn bedrijfsmiddelen?

Bedrijfsmiddelen zijn roerende of onroerende goederen en diensten die op een duurzame wijze binnen de onderneming worden gebruikt als werkinstrumenten of exploitatiemiddelen, bv. de computers van het personeel, de machines in een fabriek, de wagens in het wagenpark, het gebouw waarin de activiteit wordt uitgeoefend, ... Kleinere kantoorbenodigdheden en dergelijke vallen buiten de definitie van bedrijfsmiddelen, omdat hun waarde te gering is.

Waarom herzien

Bij de aankoop van een bedrijfsmiddel kan een belastingplichtige de hierop betaalde btw onmiddellijk en volledig aftrekken.

Voorbeeld 1

De bvba New Solutions koopt op 24 januari 2014 een nieuwe computer ter waarde van 1.000 EUR (+ 210 EUR btw) voor de secretaresse van de zaakvoerder. Deze computer is een bedrijfsmiddel. De btw erop (210 EUR) mag onmiddellijk worden afgetrokken. Met andere woorden: de bvba kan die 210 EUR recupereren.

Het kan evenwel dat in de loop van de tijd (1) het bedrijfsmiddel niet langer gebruikt wordt voor de beroepsactiviteit van de belastingplichtige, of (2) dat de belastingplichtige een vrijgestelde activiteit gaat uitoefenen, of stopt met zijn beroepswerkzaamheden, zodat hij geen recht op aftrek meer heeft. In al deze gevallen heeft de belastingplichtige eigenlijk te veel btw afgetrokken. Er moet worden 'herzien'. Op dat moment wordt het goed immers niet meer als bedrijfsmiddel gebruikt. De belastingplichtige wordt een gewone consument en moet dus ook de btw dragen op de goederen die hij gebruikt/verbruikt.

Natuurlijk is het logisch dat ook bedrijfsmiddelen na een tijd niet meer als zodanig gebruikt worden, daarom loopt de periode waarin er herzien kan worden ook niet eeuwig voort. De herzieningsperiode duurt vijf jaar voor roerende goederen en vijftien jaar voor onroerende goederen.

Voorbeeld 2

In maart 2016 beslist de bvba New Solutions de computer niet langer te gebruiken. De afgetrokken btw moet worden herzien. De herzieningsperiode loop op dat moment twee jaar: 3/5 van de btw werd dus te veel afgetrokken: 210 × 3/5 = 126 EUR moet worden terugbetaald aan de Schatkist.

Voorbeeld 3

Jan is bakker. In 2004 kocht hij een nieuw bedrijfsgebouw met btw. Kost: 250.000 + 21 % btw. De btw (52.500 EUR) wordt op dat moment volledig afgetrokken. In 2014 beslist hij echter met zijn activiteit te stoppen. Er zijn sinds de aankoop tien jaar verstreken, de vijftienjarige herzieningstermijn voor onroerende goederen loopt dus nog. De afgetrokken btw moet dus voor 5/15 herzien worden: 5/15 × 52.500 = 17.500 EUR moet worden terugbetaald.

Het kan ook andersom

Soms kan een herziening ook in de andere richting gebeuren, bv. wanneer iemand die vroeger een activiteit uitoefende waarvoor hij geen recht op aftrek had, een activiteit gaat uitoefenen waarvoor wel een recht op aftrek bestaat. Die mag dan zijn 'historisch' recht op aftrek uitoefenen, voor zover die goederen nog voor de beroepsactiviteit worden gebruikt. Dit is bijvoorbeeld het geval nu door de wetswijziging sinds begin 2014 diensten van advocaten niet langer vrijgesteld zijn. Advocaten kunnen de aftrek die ze in het verleden niet konden doen, nu wel uitoefenen.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.