Wat zijn de fiscale gevolgen als mijn rekening-courant een debetstand vertoont?

De rekening-courant is een balansrekening waarop zowel de bedragen die u tegoed heeft van uw vennootschap, als de schulden die u heeft aan uw vennootschap worden geboekt. Als de rekening-courant negatief staat (debetstand), heeft u meer schulden ten opzichte van zijn vennootschap dan tegoeden. Als de rekening-courant positief staat (creditstand) heeft u meer tegoeden. Allebei hebben ze hun specifieke fiscale gevolgen, zowel voor u als bedrijfsleider, als voor uw vennootschap. In deze bijdrage focussen we op de fiscale gevolgen die de debetstand van de RC voor u als bedrijfsleider heeft.

De rekening-courant debiteren wanneer...

Onder andere in de volgende gevallen moet de rekening-courant gedebiteerd worden:

als u een overschrijving van de bankrekening van de vennootschap naar uw rekening doet ('opname');

als er bedragen bestemd voor de vennootschap op uw rekening werden gestort;

als u geldsommen opneemt uit de kas;

als uw vennootschap privékosten ten laste neemt;

als u meer geld heeft ontvangen dan waar u recht op heeft (bv. omdat uw brutoloon werd gestort i.p.v. uw nettoloon).

Als er tegenover deze transfer van sommen geen kost voor de vennootschap staat (bv. uw bezoldiging, huurgeld voor een onroerend goed dat u aan uw vennootschap verhuurt), krijgt uw vennootschap hierdoor een vordering op u.

Wordt u er op belast?

De bedragen die u opneemt van de rekening-courant vormen voor u geen belastbaar inkomen. Wanneer u dat bedrag later terugbetaalt aan de vennootschap, is dat bedrag voor haar evenmin een belastbare winst.
U heeft dan wel een schuld ten opzichte van zijn vennootschap. De debetstand van een rekening-courant wordt immers beschouwd als een 'niet-hypothecaire lening zonder welbepaalde looptijd'. Als u geen interest betaalt (een renteloze lening), krijgt u eigenlijk een voordeel van alle aard van uw vennootschap. Zo'n voordeel is een deel van uw bezoldiging en daardoor, uiteraard, belastbaar.
Om te weten hoeveel belasting u moet betalen, moet het voordeel eerst gewaardeerd worden. Daarvoor bestaan specifieke regels (artikel 18 van het koninklijk besluit bij het Wetboek van de Inkomstenbelastingen). Het voordeel wordt berekend op basis van het verschil tussen de referentierentevoet en de effectief aangerekende rente voet (ingeval van een renteloze lening bedraagt die 0). U merkt, niet enkel een renteloze lening, maar ook een lening tegen een gunstig tarief levert u een voordeel van alle aard op.

Voorbeeld
U bent zaakvoerder van de bvba AB. U neemt op 1 januari 2012 een som van 90.000 EUR op. U betaalt geen rente. Het verschil tussen de referentierentevoet (9,50 %) en de werkelijk aangerekende rente (0 %) bedraagt dus 9,50 %. Het voordeel van alle aard dat u ontvangt is 9,50 % van 90.000 EUR = 8.550 EUR. Waarop wordt u dan uiteindelijk belast: niet op de opname zelf (90.000 EUR), wel op het voordeel van de renteloze lening (8.550). Hoeveel wordt u dan uiteindelijk belast: Als we er van uitgaan dat u belast wordt in de hoogste progressieve schijf van 50 % en daar bovenop 7 % aanvullende gemeentebelasting moet betalen, betaalt u hierop: 4.574,25 EUR belastingen.

U kan natuurlijk ook gewoon een marktconforme interest betalen. Dan krijgt u geen voordeel van alle aard. In dat geval kan u wel best een schriftelijke overeenkomst opstellen. Zo is het bewijs veel makkelijker.

Ook uw vennootschap moet wat doen

Uw vennootschap moet de voordelen van alle aard vermelden op de fiche 281.20 (de fiche voor bedrijfsleiders) en de bijhorende samenvattende opgave.
Daarnaast moet ze op uw bezoldiging, dus ook op de voordelen van alle aard, bedrijfsvoorheffing inhouden.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.