Wie een juridische constructie opricht moet dat voortaan melden aan de fiscus

We moeten steeds meer zelf melden aan de fiscus. Vorig jaar werd de meldingsplicht van buitenlandse bankrekeningen uitgebreid tot levensverzekeringen bij buitenlandse verzekeraars. Vanaf aanslagjaar 2014 wordt een meldingsplicht voor juridische constructies ingevoerd. Al wie zo’n juridische constructie opzet, zal dat aan de administratie moeten melden. Met name buitenlandse stichtingen en trusts worden geviseerd.

Wat melden? Juridische constructies...

Het bestaan van 'juridische constructies' moet worden gemeld. Dit nieuwe wettelijke begrip omvat (1) rechtsverhoudingen waarbij goederen of rechten onder de macht van een beheerder worden gebracht om ze te besturen ten behoeve van één of meerdere begunstigden of voor een bepaald doel en (2) bepaalde buitenlandse rechtspersonen.

(1) rechtsverhoudingen waarbij goederen of rechten onder de macht van een beheerder worden gebracht om ze te besturen ten behoeve van één of meerdere begunstigden of voor een bepaald doel

Onder deze omschrijving vallen o.a. trusts: een (deel van een) vermogen wordt onder de macht van een trustee geplaatst die het voor een bepaald doel gaat beheren.

De goederen of rechten moeten effectief overgedragen worden, zonder dat er een onmiddellijke tegenwaarde mag worden gegeven. Men krijgt er dus geen deelbewijzen of aandelen voor. De persoon staat de goederen of rechten af. Beleggingsfondsen en dergelijke worden dan ook niet geviseerd door deze meldingsplicht.

De volgende elementen mogen niet uit het oog verloren worden:

de eigendomstitel van de goederen of rechten van de juridische constructie is opgesteld op naam van een beheerder of op naam van iemand die optreedt voor rekening van de beheerder;

de goederen van de juridische constructie vormen een afzonderlijk vermogen. Ze worden dus geen eigendom van de beheerder, maar staan los van zijn vermogen;

de beheerder moet de goederen van de juridische constructie besturen, beheren of erover te beschikken volgens de afspraken gemaakt bij het oprichten van de juridische constructie en de bijzondere verplichtingen van de wet.

(2) bepaalde buitenlandse rechtspersonen

Daarnaast geldt de meldingsplicht ook voor buitenlandse rechtspersonen die gevestigd zijn in een land waar er geen inkomstenbelasting geheven wordt, of er een belastingregime inzake inkomsten van kapitalen en roerende goederen van toepassing is dat aanzienlijk gunstiger is dan het Belgisch regime.

Er wordt een lijst opgesteld, waarop per land de rechtsvormen worden opgesomd die bedoeld worden voor deze regeling. De lijst wordt opgenomen in een koninklijk besluit dat regelmatig zal worden herzien.

Wie moet melden? De oprichter of begunstigde

De meldingsplicht geldt voor de oprichters of de (potentieel) begunstigden  van dergelijke structuur. Zij moeten melden via  hun aangifte in de personenbelasting.

Het begrip 'oprichter' is ruimer dan enkel wie in strikte zin de constructie heeft opgezet. Ook de natuurlijke personen die (deel van het) vermogen inbrengen in de juridische constructie worden als  oprichter beschouwd. Met deze ruime definitie wil de wetgever ontwijkingsmogelijkheden buiten spel zetten, waarbij men de oprichting overlaat aan een derde, en de persoon die de constructie eigenlijk wil opzetten zelf enkel een inbreng doet.

Ook de erfgenamen van oprichters en genoemde inbrengers worden zelf als oprichter aanzien vanaf het overlijden van de oorspronkelijke meldingsplichtige personen. Zij kunnen hieraan wel ontsnappen door te bewijzen dat ze op geen enkel ogenblik en geen enkele manier van financiële of andere voordelen, toegekend door de constructie, zullen genieten.

Nieuws

De Vlaamse erfbelasting kent net als de andere gewesten een bijzonder tarief als er een onderneming in de nalatenschap zit. Het tarief op de overdracht na overlijden (maar ook bij schenking) bedraagt voor familiale ondernemingen slechts 3%. Patrimoniumvennootschappen zijn uitgesloten maar zij kunnen bewijzen dat zij toch als familiale onderneming kwalificeren.

Het UBO-register (Ultimate Beneficial Owner) werd in 2017 in de Belgische wetgeving ingevoerd. De wet trad in werking op 30 september 2019 en sinds 1 januari 2020 kan u ook effectief een boete oplopen als u niet de vereiste informatie opneemt in het register. Een recent koninklijk besluit moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van die info verbetert.

Als u BTW betaalt op verrichtingen die betrekking hebben op een niet-BTW activiteit, dan is die BTW niet aftrekbaar. Bijvoorbeeld als uw economische activiteit bestaat uit de verkoop van grond, dan is de BTW op uw publiciteitsfactuur niet aftrekbaar. Maar wat als de verkoop van de grond ondergeschikt is aan de verkoop (met BTW) van het nieuw opgerichte gebouw?