De bestuurdersaansprakelijkheid voor onbetaalde lonen

Een arrest van het Brussels arbeidshof verklaart dat bestuurders medeaansprakelijk blijven voor de correcte betaling van de lonen van de werknemers, ook nadat de vennootschap failliet werd verklaard. Het sociaal secretariaat blijft buiten schot.

Feiten

In 1997 richten L. en D. een vennootschap op (een BVBA) waarin ze beiden de rol opnemen van bestuurder. Een jaar later werven ze dhr. X aan. In 2009 gaat X, op zijn 60ste verjaardag, vrijwillig op pensioen. In 2010 wordt de vennootschap failliet verklaard. X heeft op dat moment nog niet zijn volledige vergoeding gekregen en hij klopt aan bij het Fonds tot vergoeding van de in geval van Sluiting van Ondernemingen ontslagen werknemers (FSO). Het blijkt dat X niet was ingedeeld in de correcte salarisschaal en onderbetaald werd. Het FSO vergoedt hem slechts gedeeltelijk en X klaagt beide bedrijfsleiders aan wegens gebrek aan regularisatie van het loon, achterstallig vakantiegeld en vergoeding van het pensioenverlies.

Bestuurdersaansprakelijkheid

In principe kunnen bestuurders niet aansprakelijk gesteld worden voor schade aan derden op grond van een contract of op grond van een onrechtmatige daad. Met andere woorden, wanneer u als derde te maken heeft met een onderneming die haar verbintenissen niet nakomt, dan kan u de bestuurders enkel persoonlijk aansprakelijk stellen als u kan aantonen dat u een andere schade heeft geleden dan de niet-naleving van de overeenkomst en dat de gepleegde fout losstaat van de niet-naleving van het gesloten contract.

Daar bestaat echter een belangrijke uitzondering op, nl. de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Als u kan aantonen dat de fout van de bestuurder een strafbaar feit is, dan kan u een vordering instellen tegen de onderneming, maar ook tegen het uitvoerende orgaan (in casu de bestuurders). U hoeft dan zelfs geen fout of schade buiten het contract aan te tonen. Het is trouwens ook niet nodig eerst een strafrechtelijke procedure op te starten.

In dit geval oordeelt de rechtbank van Nijvel dat er inderdaad sprake was van een strafbaar feit (namelijk de niet-betaling volgens de salarisschaal en van het vakantiegeld) zodat de bestuurders hoofdelijk gehouden werden om X te vergoeden.

Bestuurder in feite of in rechte

Eén van de bestuurders argumenteert echter dat hij niet aansprakelijk gesteld kan worden omdat hij enerzijds zich niet bezighield met de personeelszaken en anderzijds omdat hij in de laatste maanden van de bedrijfsactiviteit werkonbekwaam was.

Het arbeidshof van Brussel verwerpt het eerste argument maar heeft wel oren naar het tweede argument. De bestuurder kan aantonen dat hij sinds 1 april 2008 niet meer kon werken. Het is pas op de algemene vergadering van 15 april 2009 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 26 augustus 2009) dat het ontslag geacteerd wordt. Maar dat is voor het hof geen bezwaar om de bestuurder vrij te stellen van schadevergoeding vanaf het moment dat hij werkonbekwaam werd.
Immers, om strafrechtelijk aansprakelijk te kunnen zijn moet er sprake zijn van een effectieve uitoefening van de functie van bedrijfsleider wat hier niet meer het geval was.
Let op: bestuurders blijven wel burgerrechtelijk aansprakelijk tot het einde van hun mandaat gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad.

En het sociaal secretariaat?

Ook het sociaal secretariaat werd in de zaak betrokken omdat zij de vergoedingen in eerste instantie verkeerd berekend had. Maar de rechtbank van Nijvel en het hof van beroep leggen het verzoek van de bestuurders naast zich neer. Voor de rechtbank is het onvoldoende bewezen dat het sociaal secretariaat een fout zou hebben begaan.

Het hof van beroep gaat zelfs een stap verder door te stellen dat de onderneming onjuiste en/of onvolledige informatie aan zijn sociaal secretariaat had verstrekt. Een werkgever mag zijn sociaal secretariaat wel extra taken toevertrouwen (zoals het bepalen van de beroepscategorie waar een werknemer moet in opgenomen worden), maar dat moet dan gebeuren onder een uitdrukkelijk mandaat (zoals een aanvullende overeenkomst, ...) en dat is hier niet gebeurd.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.