Jaarrekeningverplichtingen van microvennootschappen

Elk jaar moeten vennootschappen een jaarrekening opstellen en neerleggen. Voor de boekjaren die beginnen op 1 januari 2016 zijn er nieuwe modellen van de jaarrekening. Vennootschappen die voldoen aan de criteria van een microvennootschap, kunnen het microschema van de jaarrekening toepassen.

Micro-onderneming

Op 1 januari 2016 vierden we het nieuwe jaar én de geboorte van de microvennootschap (art. 15/1, § 1 van het W.Venn.). Microvennootschappen zijn kleine vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die op datum van de jaarafsluiting geen dochtervennootschap of moedervennootschap zijn en die niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden:

jaargemiddelde van het personeelsbestand: 10;

jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 700.000 euro;

balanstotaal: 350.000 euro.

Bij een uitzonderlijk korter of langer boekjaar dan 12 maanden, wordt het bedrag van de omzet pro rata aangepast.

Vereenvoudigde rapporteringsverplichtingen

Microvennootschappen moeten net als de andere vennootschappen een jaarrekening opstellen. Ondernemingen die volgens bovenstaande criteria micro zijn, kunnen het microschema gebruiken voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016.
Om de administratieve last van de micro-ondernemingen te verlichten, zijn in het micromodel enkele vermeldingen van het verkort model weggelaten.

Let op. De aanvangsdatum -niet de afsluitingsdatum- van het boekjaar bepaalt welke schema van de jaarrekening moet worden gebruikt.

Vennootschappen met een boekjaar begonnen op 1 januari 2016 en afgesloten op 31 december 2016 met een algemene vergadering op 15 mei 2017, moeten de jaarrekening neerleggen volgens het nieuwe schema. Maar vennootschappen met een boekjaar begonnen op 1 december 2015 en afgesloten op 30 november 2016 en die hun algemene vergadering op 15 mei 2017 houden, gebruiken het oude schema van de jaarrekening.

Microvennootschapen kunnen trouwens ook verkort of volledig rapporteren.
Kleine, niet-beursgenoteerde ondernemingen die gedurende twee opeenvolgende boekjaren aan de criteria van een microvennootschap beantwoorden, mogen het microschema van de jaarrekening gebruiken.

Naast de microvennootschappen, zijn er sinds de invoering van nieuwe grootte criteria nog de kleine en de grote vennootschappen. Kleine vennootschappen kunnen van het verkort model gebruikmaken. Grote vennootschappen, die niet micro of klein zijn, moeten het volledige model gebruiken.

Structuur microschema

Het micromodel van de jaarrekening voor microvennootschappen (MIC) is al sinds juli 2016 op de website van de balanscentrale van de Nationale Bank van België beschikbaar (www.nbb.be). Het micromodel is in feite een afgeslankte versie van het verkort model. Het model bevat de gekende onderdelen (balans, resultatenrekening en toelichting).

Het verschil met het verkort model situeert zich voornamelijk in de toelichting. Die toelichting is sterk vereenvoudigd en bevat slechts vijf duidelijk omschreven staten: de samengevatte waarderingsregels; de staat van de vaste activa; een overzicht van de rechten en verplichtingen buiten balans; het bedrag van de voorschotten verleend aan leden van het bestuursorgaan in het kader van garantieverplichtingen; en informatie over eigen aandelen.

In het kader van de vereenvoudiging mogen in het microschema vermeldingen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar.

Jaarverslag

Microvennootschappen zijn vrijgesteld van de opmaak en de publicatie van een jaarverslag en moeten geen commissaris aanstellen.

Nieuws

Sinds dit jaar kunt u kiezen om een hoger bedrag te pensioensparen, tot 1.230 euro. Als u daarvoor kiest, krijgt u relatief wel een lager voordeel. De vermindering zakt van 30 % tot 25 % van het gespaarde bedrag. U moet er dus wel goed over nadenken. En er uitdrukkelijk voor kiezen.

Een goederenvervoersdienst vindt normaal gezien plaats in het land waarin de ontvanger van de dienst gevestigd is. Als het vervoer volledig binnen BelgiŽ, of volledig buiten de EU plaatsvindt, geldt de use and enjoyment-regel. Dan is de plaats van de dienst, de plaats van het werkelijk gebruik.

Sinds 15 juli kunt u onbelast bijverdienen tot 6.130 euro per jaar, met een maximum van 510,83 euro per maand. Let op het gaat om bij-verdienen. Dit fiscaal gunstregime telt enkel voor wie al een hoofdberoep heeft, en voor gepensioneerden.