Betalingen aan belastingparadijzen: aangifteplicht verstrengd

Vennootschappen die betalingen doen van meer dan 100.000 EUR aan belastingparadijzen moeten dit aan de fiscus melden. Deze verplichting wordt op verschillende gebieden uitgebreid, zo wordt onder andere de definitie van ‘belastingparadijs’ aangepast.

De regel

De fiscus wil er zicht op hebben of er gelden van België doorgeschoven worden naar zogenaamde belastingparadijzen. Daarom moeten Belgische vennootschappen sinds enkele jaren betalingen die ze doen aan vennootschappen in zulke  landen aan de fiscus melden. Alle betalingen van meer dan 100.000 EUR moeten worden gemeld.

De regeling wordt nu op verschillende punten verstrengd.

Verstrenging 1: begrip 'belastingparadijs'

Op de 'zwarte lijst' op moment van betaling

Landen worden onder meer beschouwd als belastingparadijs als ze voorkomen op de zwarte lijst van het Mondiaal Forum van de OESO.

Vroeger moesten betalingen enkel gemeld worden als het land (waaraan de betaling gebeurde) gedurende het volledige belastbare tijdperk op de lijst stond. Dit wordt nu aangepast: het is voldoende dat het land op de lijst staat op het moment van de betaling.

Voorbeeld

Vennootschap X doet op 5 mei een betaling van 120.000 EUR aan land Y dat op de zwarte lijst staat. Op 7 mei wordt Y van de lijst geschrapt: volgens de oude regels moest de betaling niet gemeld worden (Y niet gedurende heel het belastbaar tijdperk op de lijst), volgens de nieuwe regels zal X de betaling wel moeten melden (Y op de lijst op het moment van de betaling). Een betaling die gebeurt op 8 mei zal in geen van beide gevallen (oude of nieuwe regels) gemeld moeten worden.

Enkel als de totale betalingen gedurende het belastbaar tijdperk de drempel van 100.000 EUR overschrijden, moet er worden gemeld. Hiervoor kijkt men dan weer wel naar het volledige belastbaar tijdperk.

Voorbeeld

Vennootschap X doet op 9 juni een betaling aan land Z van 80.000 EUR. Z staat niet op de lijst: de betaling moet niet worden gemeld. Op 12 september wordt Z aan de lijst toegevoegd. In oktober doet X een betaling van 21.000 EUR aan Z. Hoewel de drempel niet wordt overschreden sinds Z op de lijst staat, wordt de drempel over het ganse jaar bekeken (periodes dat Z niet en wel op de lijst stond samen genomen), wel overschreden. Enkel de betaling van de 21.000 EUR moet worden gemeld.

Geen of lage vennootschapsbelasting

Naast de landen die op de zwarte lijst van de OESO staan, worden ook nog andere landen als belastingparadijs beschouwd. Dat zijn de landen zonder of met een lage vennootschapsbelasting.

Beide categorieën worden verbreed, zodat er meer landen onder vallen:

onder landen zonder belasting vallen vanaf nu ook staten met een territoriaal belastingregime (bv. Hongkong, Singapore, Panama en Uruguay). Dit zijn landen die (eventueel) een gewone vennootschapsbelasting heffen op binnenlandse inkomsten, maar die buitenlandse inkomsten niet belasten. Daarnaast blijven landen die geen belasting heffen op binnenlandse inkomsten ook onder het begrip vallen;

onder landen met een lage belasting bracht men vroeger de landen met een nominaal tarief van minder dan 10 %. Dit wordt uitgebreid: de werkelijke belastingdruk op buitenlandse inkomsten moet minstens 15 % bedragen.

De nieuwe definitie van deze categorie van belastingparadijzen (landen met geen of lage VenB) treedt nog niet direct in werking. Er komt hiervoor eerst nog een nieuwe landenlijst, die duidelijk maakt welke landen precies bedoeld worden.

Verstrenging 2: betalingen aan vaste inrichtingen en rekeningen

Bovendien moeten betalingen niet meer enkel gemeld worden als ze gedaan worden aan 'personen' (onder persoon wordt ook een rechtspersoon verstaan). Ook betalingen aan vaste inrichtingen in een belastingparadijs moeten worden gemeld. Zelfs een betaling naar een bankrekening in een belastingparadijs zal voortaan gemeld moeten worden.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Als een vennootschap betalingen doet aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een belastingparadijs, dan moet ze dat aangeven. De administratie gaf onlangs wat meer inzicht in wat dat precies betekent…, volgens de fiscus althans.