Betalingen aan belastingparadijzen: welke landen zijn een fiscaal paradijs?

Belgische vennootschappen of vennootschappen die aan de Belasting Niet-Inwoners (BNI-Venn) zijn onderworpen, moeten het melden als ze betalingen doen aan belastingparadijzen. Welke landen er precies als belastingparadijs worden beschouwd, wordt af en toe geherevalueerd. Op 1 maart 2016 verscheen een koninklijk besluit dat een nieuwe lijst met belastingparadijzen bevat. Wij bekijken het principe en de nieuwe lijst.

Het principe

Belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of aan de BNI Vennootschappen moeten het melden als ze rechtstreeks of onrechtstreeks betalingen doen aan personen die gevestigd zijn in een belastingparadijs. De verplichting geldt vanaf het moment dat ze tijdens een belastbaar tijdperk meer dan 100.000 EUR betalen aan belastingparadijzen. Hiervoor moeten ze formulier 275F invullen en indienen.

Als de vennootschap de betaling niet meldt, is de uitgave niet als kost aftrekbaar.

Wat is een belastingparadijs?

Voor deze regel wordt een belastingparadijs gedefinieerd als:

een land dat tijdens het volledig belastbaar tijdperk waarin de betaling heeft plaatsgevonden, door het Mondiaal Forum van de OESO inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen wordt aangemerkt als land dat de OESO-standaard op dat vlak niet effectief of substantieel toepassen = dit zijn landen die niet voldoende meewerken aan uitwisseling van fiscale gegevens, momenteel staan er op deze lijst geen landen (meer);

een land zonder belasting of met een lage belasting.  Een lage belasting is een belasting met een nominaal tarief lager dan 10 %. Deze landen werden opgenomen in een limitatieve lijst die wordt vastgesteld bij koninklijk besluit. Dit betekent dat landen die niet op de lijst staan, niet als belastingparadijs worden beschouwd.

De nieuwe lijst

Om de zoveel tijd wordt de lijst bekeken en aangepast: landen verdwijnen van de lijst, andere landen verschijnen op de lijst. Sinds 1 maart 2016 geldt er een nieuwe landenlijst. De lijst geldt voor betalingen gedaan vanaf 1 januari 2016.

De landen zijn (in alfabetische volgorde): Abu Dhabi, Ajman, Anguilla, de Bahama's, Bahrein, Bermuda, de Britse Maagdeneilanden, Dubai, het Eiland Man, Fujairah, Guernsey, Jersey, de Kaaimaneilanden, de Marshalleilanden, Micronesië, Monaco, Montenegro, Nauru, Oezbekistan, Palau, Pitcairn, Ras al Khaimah, Saint-Barthelemy, Sharjah, Somalië, Turkmenistan, Turks en Caicos, Umm al Qaiwain, Vanuatu en Wallis-en-Futuna.

Zijn van de lijst verdwenen: Andorra, Jethou, de Malediven, Moldavië en Sark.

Andere lijsten

Let op, deze lijst geldt enkel voor de betalingen gedaan aan belastingparadijzen.
In het KB ter uitvoering van het Wetboek van Inkomstenbelastingen, kortweg KB/WIB92, staat in artikel 73/4quater ook een lijst met 'belastingparadijzen'. Daar gaat het over landen met een aanzienlijk gunstiger fiscaal regime dan België. Deze lijst is van belang voor de toepassing van de dbi-aftrek (dividenden ontvangen van dochtervennootschappen gevestigd in die landen). Dit is een andere lijst, waarop gedeeltelijk andere landen voorkomen. Ook deze lijst werd met een KB van 1 maart 2016 aangepast.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Wie samen met een andere persoon eigenaar is van een onroerend goed kan een einde maken aan die mede-eigendom door uit onverdeeldheid te treden. Het verdeeldrecht bedraagt, afhankelijk van de ligging van het onroerend goed, 2,5% in Vlaanderen of 1% in de beide andere gewesten. Bent u echter mede-eigenaar, samen met uw eigen vennootschap, dan betaalt u een verkooprecht van 12% of 12,5%. Waarom is dat?