Fraudebestrijding: subsidiaire aansprakelijkheid hoofdaannemer verder uitgebreid

Opdrachtgevers of aannemers in de bouw die voor werken in onroerende staat een beroep doen op een aannemer of onderaannemer met sociale of fiscale schulden, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van die schulden. Sinds 28 augustus 2015 is de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid van de hoofdaannemer uitgebreid tot de opdrachtgever. Wat betekent dit in de praktijk?

Principe van de hoofdelijke aansprakelijkheid of inhoudingsplicht

De hoofdelijke aansprakelijkheidsregeling geldt voor werken in onroerende staat, bewakingsdiensten en diensten in de vleessector. Opdrachtgevers of aannemers in de bouw die op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten, een (onder)aannemer met sociale of fiscale schulden inschakelen, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van die schulden. De betrokken opdrachtgever wordt als schuldenaar in de databank van de RSZ en de fiscus opgenomen.

De opdrachtgever of aannemer kan aan de aansprakelijkheid voor de schulden van zijn medecontractant ontsnappen door bij de betaling van de factuur een deel van de ontvangen betaling - 35% van het bedrag van de factuur (exclusief btw) bij sociale schulden en 25% bij fiscale schulden - in te houden en door te storten aan de RSZ of de fiscus.
Via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be) kan men nagaan of de inhouding moet worden uitgevoerd bij de betaling van een factuur aan een medecontractant.
Via "My Minfin" kan worden nagegaan of er al dan niet verplichting tot inhouding is op fiscaal vlak.
De aansprakelijkheid blijft beperkt tot de totale prijs van de werken die aan de (onder)aannemer werden toevertrouwd.

Principe van de subsidiaire of getrapte aansprakelijkheid

In 2012 is een mechanisme van subsidiaire aansprakelijkheid ingevoerd waardoor iedere tussenkomende onderaannemer in de keten door de RSZ of de fiscus kan worden aangesproken. De aansprakelijkheid wordt systematisch doorgeschoven naar de in een voorafgaand stadium tussenkomende aannemer. Daardoor kunnen dus (onder)aannemers die boven een in gebreke blijvende (onder)aannemer in de productieketen zitten, hoofdelijk worden aangesproken voor de betaling van de sociale/fiscale schulden die via de hoofdelijke aansprakelijkheid niet of gedeeltelijk werden ingelost.

Het systeem van de subsidiaire aansprakelijkheid start wanneer de gevorderde sommen niet binnen de 30 dagen na de bekendmaking van een aangetekende ingebrekestelling zijn betaald.
De aansprakelijkheid geldt in de eerste plaats voor de aannemer die de nalatige (onder)aannemer heeft ingeschakeld en wordt chronologisch 'getrapt' toegepast op de vooraf tussenkomende aannemers. Telkens wanneer de gevorderde sommen niet worden vereffend binnen de 30 dagen na de verzending van een aangetekende ingebrekestelling.

Uitbreiding aansprakelijkheidsregeling tot opdrachtgever

De subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheidsregeling is nu uitgebreid tot de opdrachtgever. M.a.w. de opdrachtgever en de aannemer en iedere tussenkomende onderaannemer zijn hoofdelijk aansprakelijk.
De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt voortaan in de eerste plaats toegepast op de aannemer die een beroep heeft gedaan op de onderaannemer die niet of niet volledig heeft betaald. Daarna wordt een getrapte aansprakelijkheid toegepast op de in een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers en in laatste instantie op de opdrachtgever.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Als een vennootschap betalingen doet aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een belastingparadijs, dan moet ze dat aangeven. De administratie gaf onlangs wat meer inzicht in wat dat precies betekent…, volgens de fiscus althans.