Verkoopprocedure van niet-opgevraagde toondereffecten geregeld

Houders van effecten aan toonder waren verplicht om deze effecten ten laatste op 31 december 2013 om te zetten in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten. Vanaf 1 januari 2015 zal de emittent de niet-opgevraagde effecten moeten verkopen op een gereglementeerde markt (zie onze bijdrage in oktober 2014). De verkoop kan pas plaatsvinden na publicatie van een bericht. Welke informatie moet dit bericht bevatten?

Verkoop op gereglementeerde markt

De afschaffing van de effecten aan toonder voor Belgische emittenten is een proces gespreid over verschillende jaren dat is begonnen op 1 januari 2008. De bedoeling hiervan is om het effectenrecht te moderniseren maar vooral om misbruiken bij de makkelijke overdracht van effecten aan toonder (bv. bij erfenissen) te stoppen. 31 december 2013 was de deadline voor houders van effecten aan toonder om deze om te zetten in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten. Vanaf 1 januari 2015 zal de emittent de niet-opgevraagde effecten moeten verkopen op een gereglementeerde markt. Die verkoop kan pas plaatsvinden na de publicatie van een bericht in het Belgisch Staatsblad en op de website van de marktonderneming waarop de effecten zullen worden verkocht. De verkoop zal dan starten 1 maand na publicatie van dit bericht maar binnen de 3 maanden na het verschijnen van het bericht. Tijdens die termijn van 1 maand kunnen eventuele houders zich kenbaar maken.

Inhoud bericht voor niet-opgevraagde, genoteerde effecten

In het bericht dat aan de verkoop voorafgaat, worden de rechthebbenden gevraagd hun recht op de effecten op te eisen. Verder moet het bericht bij een verkoop van niet-opgevraagde effecten toegelaten op een gereglementeerde markt, de volgende informatie bevatten:

de gegevens over de identiteit van de emittent: firmanaam, maatschappelijke zetel en ondernemingsnummer;

de gegevens nodig voor de identificatie van de effecten: aard, uitgiftedatum, ISIN-code (International Securities Identification Number) of andere code nodig voor de identificatie, voorkooprechten, eventuele restricties of beperking van de overdraagbaarheid van de effecten, en alle andere specifieke rechten verbonden aan de effecten die door de emittent zijn gekend;

het maximumaantal effecten dat te koop kan worden aangeboden;

de uiterste datum waarop de houders of rechthebbenden zich bekend moeten maken bij de emittent of bij de aangewezen erkende rekeninghouders (banken in België), om te voorkomen dat hun effecten worden verkocht;

de gegevens over de hiervoor bedoelde rekeninghouder(s): firmanaam en adres.

Inhoud bericht voor niet-opgevraagde, niet-genoteerde effecten

Ook de effecten die niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt worden toegelaten en waarvan de rechthebbende niet bekend is, moeten worden verkocht. Deze effecten komen vanaf 1 januari 2015 in openbare verkoop op de Markt van de Openbare Veilingen, een door Euronext Brussels georganiseerde MTF (multilateral trading facility). Ook die gedwongen verkoop kan pas plaatsvinden nadat er een bericht is gepubliceerd waarin de rechthebbenden worden gevraagd hun recht op de effecten op te eisen. Het verschil met de genoteerde effecten is dat voor niet-genoteerde effecten de verkoop niet moet plaatsvinden binnen een bepaalde termijn.

Voor deze verkoop gelden de regels die op de Markt van de Openbare Veilingen van toepassing zijn:

de emittent bezorgt zijn recentst goedgekeurde jaarrekeningen aan de veilingmeester zodat die de richtprijs kan vaststellen;

als de effecten bij de 1e ronde niet zijn verkocht, dan worden de effecten opnieuw te koop aangeboden bij minstens 4 opeenvolgende rondes, tenzij alle effecten ondertussen zijn verkocht;

voor zover er op de openbare veilingen geen recente transacties hebben plaatsgevonden, stelt de veilingmeester de eerste richtprijs vast: voor aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen gelijk te stellen effecten is dit op de waarde van het eigen vermogen van de emittent zoals dat blijkt uit de meest recente goedgekeurde jaarrekeningen; voor obligaties en andere schuldinstrumenten is dit op de nominale waarde, de resterende looptijd en de rentevoet; voor converteerbare obligaties is dit op de onderliggende waarde en/of op de waarde van de obligatie; voor rechten van deelneming in collectieve beleggingsinstellingen is dit op de inventariswaarde; voor vastgoedcertificaten is dit op de resterende looptijd, de boekwaarde en de betaalde coupons; en voor alle overige effecten is dit op de gebruikelijke waarderingsmethodes voor dergelijke effecten.

Deposito- en Consignatiekas

De bedragen van de verkoop worden neergelegd bij de Deposito- en Consignatiekas (DCK), in afwachting dat de eigenaar zich bekend maakt.
Ook de effecten die op 30 november 2015 geen koper hebben, moeten - tussen 1 en 31 december 2015 - worden neergelegd bij de DCK.
 
Op 1 januari 2026 worden de bedragen van de verkoop van niet-opgevraagde effecten die bij de DCK zijn gestort, en waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat toegekend. De emittent kan de niet-opgevraagde effecten die zijn ingeschreven bij de DCK, en waarvoor er op 31 december 2025 geen teruggave werd gevraagd, terugkopen.

Administratieve boete

Na 30 november 2015 kunnen de houders van effecten aan toonder de verkoopsopbrengst van hun effecten (na aftrek van kosten), of hun effecten zelf bij de DCK terugvragen. Wie de teruggave vraagt, is wel een administratieve boete verschuldigd vanaf 31 december 2015. Het bedrag van die boete is, per jaar achterstand, gelijk aan 10 % van het bedrag of van de tegenwaarde van de effecten. Dit betekent dat u in 2025 een boete zal betalen gelijk aan 100 % van de verkoopsopbrengst of de waarde van uw aandelen!

Nieuws

Over de aftrekbaarheid van cateringkosten was er lang discussie. Zijn het kosten van onthaal en dus gedeeltelijk aftrekbaar. Of reclamekosten en 100 % aftrekbaar. De minister stelt zich soepel op. De cateringkosten voor een publicitair event zijn nu volledig aftrekbaar.

Binnenkort kunnen werkgevers tijdelijk een loon betalen dat onder het minimumloon ligt. De nieuwe maatregel voor jongeren zonder werkervaring wordt geďntegreerd in het regelgevend kader van de startbaanovereenkomst. Hoe verloopt de uitbouw van starterjobs voor jongeren in de praktijk?

Het standaardtarief voor de investeringsaftrek voor kmo’s wordt 20 % vanaf aanslagjaar 2019. Verder blijven de percentages voor investeringen gedaan in 2018 (aanslagjaar 2019) hetzelfde als vorig jaar.