Nieuwe tarieven verkeersbelasting vanaf 1 juli 2014

De nieuwe tarieven van de verkeersbelasting werden onlangs in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Deze tarieven worden jaarlijks geïndexeerd en gelden vanaf 1 juli 2014 tot 30 juni 2015. Deze tarieven gelden voor het Vlaams Gewest.

Hierna volgt een overzicht van de geïndexeerde tarieven van de verkeersbelasting die gelden vanaf 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2015. Het indexcijfer bedraagt 1,0118.
Voor personenauto's blijft de hoeveelheid fiscale pk's doorslaggevend voor het toepasselijk tarief.

Personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen

tot 4 pk: 69,96 EUR;

5 pk: 87,48 EUR;

6 pk: 126,48 EUR;

7 pk: 165,24 EUR;

8 pk: 204,48 EUR;

9 pk: 243,48 EUR;

10 pk: 282,12 EUR;

11 pk: 366,12 EUR;

12 pk: 450,12 EUR;

13 pk: 534,00 EUR;

14 pk: 618,00 EUR;

15 pk: 702,00 EUR;

16 pk: 919,44 EUR;

17 pk: 1.137,24 EUR;

18 pk: 1.354,80 EUR;

19 pk: 1.572,00 EUR;

20 pk: 1.789,56 EUR;

meer dan 20 pk: 1.789,56 EUR verhoogd met 97,44 EUR per pk boven de 20.

Andere voertuigen

motorfietsen: 49,56 EUR;

autobussen en autocars: 70,19 EUR;

personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en motorfietsen van meer dan 25 jaar oud (oldtimers): 31,72 EUR;

kampeeraanhangwagens en aanhangwagens voor het vervoer van één boot: 31,72 EUR;

militaire voertuigen meer dan 30 jaar oud uit verzamelingen: 31,72 EUR;

minimumbelasting voor algemene toepassing: 31,72 EUR;

aanhangwagens en opleggers met een MTM van 0 tot 500 kg: 32,64 EUR;

aanhangwagens en opleggers met een MTM van 501 tot 3.500 kg: 68,04 EUR.

Nieuws

De "Bijkluswet" maakt onbelast bijverdienen mogelijk. Dat kan voor werknemers die minstens 4/5 werken, voor zelfstandigen in hoofdberoep en voor gepensioneerden. Zolang de inkomsten binnen een vastgelegde limiet blijven, zijn er geen bijdragen of belastingen verschuldigd. Sinds 15 juli 2018 moeten de klussen worden aangegeven via de onlinedienst Bijklussen. De werking in een notendop.

Sinds 1 november 2018 maken we geen onderscheid meer tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen. Voortaan spreken we enkel over vennootschappen. Beoefenaars van vrije beroepen die een vennootschap oprichtten, kozen traditioneel voor een burgerlijke vennootschap. Dit burgerlijk karakter van de vennootschap staat vermeld in haar statuten. Moeten de burgerlijke vennootschappen hun statuten nu aanpassen?

Aan de vooravond van het nieuwe jaar, staan we even stil bij de verdere uitwerking van de taxshift en de hervorming van de vennootschapsbelasting.