Percentage wettelijke interestvoet blijft 2,75% voor 2014

Bij een laattijdige betaling is in principe de interestvoet van toepassing die u contractueel hebt bedongen. Wanneer er geen contractuele interestvoet is bepaald, is de wettelijke interestvoet van toepassing. De wettelijke interestvoet in burgerlijke en handelszaken daalde in 2012 van 4,25% naar 2,75% in 2013. Dit jaar blijft de interestvoet hangen op 2,75%. Dat heeft de Federale Overheidsdienst Financiën onlangs meegedeeld.

Wettelijke interestvoet in burgerlijke en handelszaken

In principe wordt de interest aangerekend die u hebt bedongen in het contract zelf (contractuele interestvoet). Pas als u geen afspraken maakt, geldt de wettelijke interestvoet. De wettelijke interestvoet is van toepassing in burgerlijke zaken op privézaken tussen natuurlijke personen of rechtspersonen, en in handelszaken op transacties tussen handelaars en particulieren.
Voor de wetgever zijn “transacties in handelszaken” geen “handelstransacties”. Om de betalingsachterstand bij handelstransacties aan te pakken, bestaan er aparte regels en interestvoeten. Die regels zijn van toepassing op transacties tussen ondernemingen enerzijds, en op transacties tussen ondernemingen en overheden anderzijds (zie EasyWeb februari 2014 “Verwijlinteresten in handelstransacties vermijden, doe je door op tijd te betalen”).

Voor de toepassing van de interestvoet in burgerlijke en handelszaken is in principe steeds een ingebrekestelling vereist. Een ingebrekestelling is een officiële brief waarin de geadresseerde wordt verzocht binnen een bepaalde termijn een verplichting die op hem rust, na te komen (i.c. een bedrag betalen). Door te bepalen dat de interest automatisch is verschuldigd, kan dat contractueel of in de algemene voorwaarden worden uitgesloten.

Ook voor transacties in burgerlijke en handelszaken kan u een hogere interestvoet bepalen dan de wettelijke interestvoet. Maar net als bij de handelstransacties kan de rechter deze zelf overeengekomen interestvoet matigen als hij meent dat die buitensporig is.
Om de wettelijke interestvoet te berekenen, neemt men het gemiddelde van de Euribor-rente op 1 jaar (cijfer van december = 0,536%). Dat percentage rondt men af naar het hogere veelvoud van 0,25% (= 0,75%) en verhoogt men met 2%. Dat brengt ons voor het hele jaar 2014 op 2,75%.

Wettelijke interestvoet in fiscale en sociale zaken

In fiscale zaken en sociale zaken (vorderingen van de RSZ) geldt er nog een ander tarief. Dit specifiek tarief bedraagt 7% (voorlopig?). Ook als de fiscale of sociale wetten naar de wettelijke interestvoet in burgerlijke en handelszaken verwijzen.

Wettelijke interestvoet voor overheidsopdrachten

Voor overheidsopdrachten bestaan er verschillende regimes en interestvoeten. Een overheidsdienst die zijn schulden in het kader van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten niet op tijd betaalt, is automatisch een verwijlinterest verschuldigd, bovenop het afgesproken bedrag.

Voor de 'nieuwe overheidsopdrachten' gesloten vanaf 16 maart 2013 zijn de volgende interestvoeten van toepassing:

16 maart 2013 - juni 2013: 9%

juli 2013 - december 2013: 8,50%

januari 2014 - juni 2014: 8,50%

Voor een overzicht van de interesten, klik hier

Nieuws

De "Bijkluswet" maakt onbelast bijverdienen mogelijk. Dat kan voor werknemers die minstens 4/5 werken, voor zelfstandigen in hoofdberoep en voor gepensioneerden. Zolang de inkomsten binnen een vastgelegde limiet blijven, zijn er geen bijdragen of belastingen verschuldigd. Sinds 15 juli 2018 moeten de klussen worden aangegeven via de onlinedienst Bijklussen. De werking in een notendop.

Sinds 1 november 2018 maken we geen onderscheid meer tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen. Voortaan spreken we enkel over vennootschappen. Beoefenaars van vrije beroepen die een vennootschap oprichtten, kozen traditioneel voor een burgerlijke vennootschap. Dit burgerlijk karakter van de vennootschap staat vermeld in haar statuten. Moeten de burgerlijke vennootschappen hun statuten nu aanpassen?

Aan de vooravond van het nieuwe jaar, staan we even stil bij de verdere uitwerking van de taxshift en de hervorming van de vennootschapsbelasting.