Nieuwe Wet Continuïteit Ondernemingen: belangrijke rol voor externe erkende boekhouders, accountants, belastingconsulenten en revisoren

De Wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en andere wetten die er mee verband houden, zijn recent op een aantal punten aangepast. Externe erkende boekhouders, accountants, belastingconsulenten en bedrijfsrevisoren krijgen nieuwe taken. Belangrijk is de omstandige informatieverplichting ten aanzien van klanten-ondernemingen waarvan de continuïteit in het gedrang kan komen.

Informatieplicht aan de vennootschap

Wanneer de externe accountant, belastingconsulent, boekhouder, erkende boekhouder-fiscalist en de bedrijfsrevisor feiten vaststellen die de continuïteit van de onderneming van de schuldenaar in het gedrang zou kunnen brengen, zijn ze verplicht de onderneming in te lichten, eventueel via het bestuursorgaan.

Informatie aan de rechtbank van koophandel

Wanneer de vennootschap binnen de maand geen maatregelen treft om de continuïteit van de onderneming gedurende 12 maanden te waarborgen, dan kunnen de externe accountant, belastingconsulent of de bedrijfsrevisor de voorzitter van de rechtbank van koophandel daarvan schriftelijk op de hoogte brengen. De externe erkende boekhouder(-fiscalist) (de externe leden van het BIBF dus) moet die kennisgeving niet doen van de wetgever.

Aanbevelingen aan de vennootschap

De rechter kan bij hen - ook bij de externe erkende boekhouder(-fiscalist) - inlichtingen inwinnen over de aanbevelingen die de beroepsbeoefenaars/cijferberoepers aan de onderneming hebben gedaan en over de getroffen maatregelen om de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Het beroepsgeheim wordt hierbij opgeheven (artikel 458 van het Strafwetboek).
Naast grondig informeren over de bedreigde continuïteit moet de cijferberoeper dus ook aanbevelingen doen om de continuïteit te waarborgen. Een schriftelijk verslag zal m.a.w. nuttig zijn als de cijferberoeper geen aansprakelijkheidsrisico wil lopen. De klant-onderneming in moeilijkheden bevestigt dan schriftelijk omstandig te zijn ingelicht over de mogelijke bedreiging van de continuïteit van zijn onderneming.

Verzoek tot gerechtelijke reorganisatie

Wanneer de klant-schuldenaar in moeilijkheden een verzoek richt aan de rechtbank van koophandel om een procedure tot gerechtelijke reorganisatie te starten, duikt de beroepsbeoefenaar opnieuw op.

Aan het verzoek tot gerechtelijke reorganisatie moet een boekhoudkundige staat van activa en passiva en een resultatenrekening van maximaal drie maanden oud worden toegevoegd. Die boekhoudkundige staat moet worden opgesteld onder toezicht van een erkend externe boekhouder(-fiscalist), accountant of bedrijfsrevisor.
Ook de vereiste begroting met een schatting van de inkomsten en de uitgaven voor de duur van de opschorting moet worden opgesteld met bijstand van een erkend externe boekhouder(-fiscalist), accountant of bedrijfsrevisor. De Koning kan een model van geraamde begroting opleggen op advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen.

Bron: Wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake continuïteit van de ondernemingen (Belgisch Staatsblad van 22 juli 2013). De wet treedt, op enkele uitzonderingen na, in werking op 1 augustus 2013.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Wie samen met een andere persoon eigenaar is van een onroerend goed kan een einde maken aan die mede-eigendom door uit onverdeeldheid te treden. Het verdeeldrecht bedraagt, afhankelijk van de ligging van het onroerend goed, 2,5% in Vlaanderen of 1% in de beide andere gewesten. Bent u echter mede-eigenaar, samen met uw eigen vennootschap, dan betaalt u een verkooprecht van 12% of 12,5%. Waarom is dat?