Voorafbetalen: altijd een goed idee?

Een onderneming die onvoldoende voorafbetalingen doet, wordt daarvoor gestraft. Er zal dan immers een belastingvermeerdering worden opgelegd. Anderzijds is het financieel voor een onderneming ook niet voordelig om te veel voorafbetalingen te doen. Zoeken naar een optimale voorafbetaling is een moeilijke oefening. We geven u hier alvast enkele tips.

Wie moet voorafbetalen

Elke belastingplichtige die winsten of baten realiseert moet voorafbetalingen doen, dat zijn dus onder andere vrije beroepers (baten) en ondernemers- natuurlijke personen (winsten). Ook vennootschappen zijn aan deze verplichting onderworpen.

Er moeten ook voorafbetalingen gebeuren voor bezoldigingen van bedrijfsleiders en bezoldigingen van meewerkende echtgenoten.

Wanneer voorafbetalen in 2013

De voorafbetalingen moeten ten laatste gebeuren op vier vooraf bepaalde data:

voorafbetaling 1: 10 april 2013;

voorafbetaling 2: 10 juli 2013;

voorafbetaling 3: 10 oktober 2013;

voorafbetaling 4 : 20 december 2013.

Te weinig of niet voorafbetaald: vermeerdering

Voorafbetalen is noodzakelijk om te vermijden dat u een belastingvermeerdering oploopt. De vermeerdering die wordt opgelegd wegens te weinig voorafbetalingen, wordt berekend als een percentage van het belastingbedrag (voor aanslagjaar 2013 bedraagt dit percentage 2,25 %).

Voor natuurlijke personen wordt de basisbelasting eerst met 6 % verhoogd voor de berekening van de verschuldigde vermeerdering. De belastingplichtige moet uiteindelijk slechts 90 % van deze vermeerdering betalen.

Voorbeeld

Een zelfstandige ondernemer heeft, na aftrek van zijn beroepskosten, een netto belastbaar beroepsinkomen van 80.000 euro, waarop hij 37.500 euro (basis)belasting moet betalen. Hij heeft in de loop van het jaar geen voorafbetalingen gedaan, zodat hij de vermeerdering verschuldigd is.  Eerst wordt de basisbelasting met 6 % verhoogd: 37.500 x 1,06 = 39.750. Op basis daarvan wordt de vermeerdering berekend, die bedraagt 2,25 % van 39.750 = 894,38.  De ondernemer zal uiteindelijk slechts 90 % van deze vermeerdering werkelijk moeten betalen = 804,94.

Bij vennootschappen gaat men anders te werk: de verhoging tot 106 % en de beperking tot 90 % zijn niet van toepassing.

Voorbeeld

Een vennootschap die 37.500 euro belasting moet betalen maar geen voorafbetalingen heeft verricht, betaalt dan de volgende vermeerdering: 37.500 x 2,25 % = 843,75.

Voor beginners wordt er geen vermeerdering aangerekend: een natuurlijk persoon die zich voor het eerst vestigt in een zelfstandig beroep moet de eerste drie jaar geen voorafbetalingen doen, er zal hem geen vermeerdering worden opgelegd. Ook beginnende vennootschappen, die 'klein' zijn volgens artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen, kunnen van deze gunstmaatregel genieten in de eerste drie jaar.

Wel voorafbetaald: de vermeerdering wordt weggewerkt

Door voorafbetalingen te doen, wordt de hypothetische vermeerdering weggewerkt. Elke voorafbetaling zal de vermeerdering doen verminderen: dit gebeurt door het bedrag van de voorafbetaling te vermenigvuldigen met een percentage. Zoals eerder vermeld moeten de voorafbetalingen gebeuren op vier tijdstippen tijdens het jaar: voor deze verschillende tijdstippen gelden verschillende percentages:  voorafbetaling 1 of VA 1 aan 3 %, VA 2 aan 2,5%, VA 3 aan 2 % en VA 4 aan 1,5 %. Gemiddeld levert dat 2,25 % [(3 + 2,5 + 2 + 1,5)/4] op.

Merk dus op dat een voorafbetaling in kwartaal 1 (op 10 april) de hypothetische belastingvermeerdering meer doet afnemen dan een voorafbetaling in kwartaal 4 (op 20 december). Een voorafbetaling van 10.000 euro op 10 april vermindert de mogelijke vermeerdering immers met 300 euro (3 % van 10.000), terwijl een voorafbetaling van 10.000 euro op 20 december slechts de helft oplevert, namelijk 150 euro of 1,5 % van 10.000.

Voorbeeld

Een vennootschap moet 60.000 euro belasting betalen. Als de vennootschap geen voorafbetalingen zou doen, is er een vermeerdering verschuldigd van 1.350 euro (2,25 % van 60.000). De vennootschap deed in de loop van 2012 evenwel de volgende voorafbetalingen: 20.000 euro op 10 april, 32.000 euro op 10 oktober en 10.000 euro op 20 december, in juli werd er geen voorafbetaling verricht. De voorafbetalingen zullen de mogelijke vermeerdering als volgt wegwerken:

VA 1: 20.000 x 3,0 % = 600 euro

VA 2: 0 x 2,5 % = 0 euro

VA 3: 32.000 x 2,0 % = 640 euro

VA 4: 10.000 x 1,5 % = 150 euro

Totaal = 1.390 euro

De mogelijke vermeerdering van 1.350 euro is daarmee helemaal weggewerkt.

Te veel voorafbetaald: bonificatie

Zelfstandige ondernemers kunnen zelfs een bonificatie verdienen door voorafbetalingen te doen. Wie meer voorafbetaalt dan nodig om de vermeerdering weg te werken, krijgt daarvoor een bonus. Vennootschappen kunnen die bonificatie niet krijgen.

De bonificatie wordt berekend aan de helft van het percentage dat voor de voorafbetalingen geldt: m.a.w. 1,5 % (VA1), 1,25 % (VA2), 1 % (VA3) en 0,75 % (VA4).

Voorbeeld

Grijpen we terug naar het vorige voorbeeld (en gaan we er van uit dat het gaat over een ondernemer i.p.v. een vennootschap). Dan merken we dat de ondernemer te veel heeft voorafbetaald: namelijk genoeg om 1.390 euro weg te werken, i.p.v. 1.350.  De ondernemer had dus kunnen volstaan door in het laatste kwartaal 7.333,33 euro vooraf te betalen i.p.v. 10.000 euro. Hij betaalde dus: 2.666,67 euro te veel vooraf.

De bonificatie bedraagt dan: 2.666,67 x 0,75 % = 20.

De ondernemer zal 20 euro minder belasting moeten betalen.

Optimalisatie

Voorafbetalen is enerzijds wel noodzakelijk om de vermeerdering te vermijden en kan voor ondernemers (natuurlijke personen) een bonificatie opleveren, anderzijds vraagt het natuurlijk ook een voorfinanciering door de belastingplichtige. Te veel voorafbetalen heeft dus eigenlijk weinig zin.  Een goede voorafbetaling, vereist dus een goede raming van de verschuldigde belasting. Op die manier kan u wel de vermeerdering wegwerken, zonder te veel te moeten vooraf financieren. 

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Als een vennootschap betalingen doet aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een belastingparadijs, dan moet ze dat aangeven. De administratie gaf onlangs wat meer inzicht in wat dat precies betekent…, volgens de fiscus althans.