Anciënniteitspremies: een beloning voor uw trouw personeel

Via het toekennen van een anciënniteitspremie kan u werknemers die al lang bij u in dienst zijn belonen. Dit kan op een gunstige manier, zowel fiscaal als sociaalrechtelijk. U moet daarvoor wel enkele voorwaarden respecteren. Een kort overzicht.

Een sociaal voordeel

De fiscale administratie beschouwt anciënniteitspremies als een 'sociaal voordeel'. Sociale voordelen zijn  beperkte voordelen die door de onderneming aan haar werknemers worden toegekend met een sociaal doel of om de relatie tussen de werknemers onderling of met het bedrijf te versterken. Deze voordelen zijn niet belastbaar bij de werknemer. Er moeten evenmin individuele fiches voor opgemaakt worden.

Hoewel sociale voordelen in principe niet als beroepskost aftrekbaar zijn bij de werkgever, bestaan hierop uitzonderingen. De anciënniteitspremie is daar één van.

Voorwaarden

Opdat de anciënniteitspremie voor de werknemer belastingvrij zou zijn en voor de werkgever toch aftrekbaar zou blijven, moeten er wel enkele voorwaarden gerespecteerd worden. De administratie heeft zich aangesloten bij de voorwaarden  die door de RSZ worden gesteld, opdat dergelijke premies niet onderworpen zouden zijn aan socialezekerheidsbijdragen. De anciënniteitspremie mag tijdens de loopbaan van de werknemer bij de werkgever maximaal tweemaal worden toegekend. Een eerste maal ten vroegste in het kalenderjaar waarin de werknemer 25 jaar in dienst is bij die werkgever en de tweede maal ten vroegste in het kalenderjaar waarin de werknemer 35 jaar in dienst is bij die werkgever.

Vroeger werd daarbij eveneens de voowaarde gesteld dat de toekenning van de premie gebeurde “naar aanleiding van” het 25-jarige of 35-jarige jubileum van het personeelslid. Dit wil zeggen dat een toekenning aan iemand die 27 jaar in dienst is, onder dat systeem niet belastingvrij kon gebeuren. Dat is nu niet langer het geval. De enige voorwaarde is dat de toekenning “ten vroegste” gebeurt in het jaar waarin de werknemer 25 of 35 jaar voor de werkgever werkt. Het kan vanaf nu dus ook na 27, 30 of 38 jaar dienst.

Welk bedrag kan men toekennen ?

Het bedrag van de premie dat u mag toekennen, kan u op twee manieren berekenen.

Bij de eerste toekenning : maximaal één keer het brutomaandloon van de werknemer in kwestie (voor aftrek van socialezekerheidsbijdragen) en bij de tweede toekenning : maximaal twee keer het brutomaandloon van de werknemer in kwestie (voor aftrek van de socialezekerheidsbijdragen.

De alternatieve methode verwijst naar het gemiddeld brutomaandloon in de onderneming. De volgende bedragen kunnen dan uitgekeerd worden : bij de eerste toekenning één keer het gemiddeld brutomaandloon in de onderneming en bij de tweede toekenning twee keer het gemiddeld brutomaandloon in de onderneming. Dit gemiddeld brutobedrag van een maandloon moet per kalenderjaar worden vastgesteld, op basis van de verhouding tussen de uitbetaalde lonen en het aantal voltijdse equivalenten tijdens het voorgaande kalenderjaar.

Deze berekeningswijzen mogen voor hetzelfde kalenderjaar niet worden gecombineerd.

Het niet-respecteren van de hierboven genoemde grenzen werd vroeger zwaar gesanctionneerd. Dit wil zeggen, bij het louter overschrijden van de drempel werd de hele premie als voordeel van alle aard belast. Ook hierop is de administratie teruggekomen. Bij overschrijding van de grens wordt voortaan slechts het gedeelte van de premie dat het maximumbedrag te boven gaat, als een belastbaar voordeel behandeld. Het gedeelte onder de maximumgrens blijft een vrijgesteld sociaal voordeel.

Nieuws

De Vlaamse erfbelasting kent net als de andere gewesten een bijzonder tarief als er een onderneming in de nalatenschap zit. Het tarief op de overdracht na overlijden (maar ook bij schenking) bedraagt voor familiale ondernemingen slechts 3%. Patrimoniumvennootschappen zijn uitgesloten maar zij kunnen bewijzen dat zij toch als familiale onderneming kwalificeren.

Het UBO-register (Ultimate Beneficial Owner) werd in 2017 in de Belgische wetgeving ingevoerd. De wet trad in werking op 30 september 2019 en sinds 1 januari 2020 kan u ook effectief een boete oplopen als u niet de vereiste informatie opneemt in het register. Een recent koninklijk besluit moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van die info verbetert.

Als u BTW betaalt op verrichtingen die betrekking hebben op een niet-BTW activiteit, dan is die BTW niet aftrekbaar. Bijvoorbeeld als uw economische activiteit bestaat uit de verkoop van grond, dan is de BTW op uw publiciteitsfactuur niet aftrekbaar. Maar wat als de verkoop van de grond ondergeschikt is aan de verkoop (met BTW) van het nieuw opgerichte gebouw?