Belastingvrije loonbonussen steeds beter ingeburgerd

“Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen”. Dat is de exacte benaming voor de voordelen die een werkgever vrij van belasting en deels ook van RSZ kan uitkeren aan zijn personeel. Het stelsel bestaat al sinds 2008. De nieuwe grensbedragen voor de voordelen die worden betaald vanaf 1 januari 2021 zijn bekend.

Voorwaarden

De voorwaarden zijn eigenlijk redelijk eenvoudig. U stelt als werkgever een doelstelling op en als uw onderneming die doelstelling haalt, dan mag u aan het personeel een bonus toekennen.

U moet dus starten met een bonusplan met “duidelijk aflijnbare, transparante, definieerbare/meetbare en verifieerbare doelstellingen”. In grotere ondernemingen komt het plan in een cao, maar het kan ook in een zogenaamde “toetredingsakte” die u dan laat aftekenen door een vakbondssecretaris van een representatieve werkgeversorganisatie.
De doelstellingen mogen in principe niet meer wijzigen in de loop van het plan. Sinds 2019 kan u wel wijzigingen aanbrengen maar dan enkel voor de toekomst: dus niet voor het verleden noch voor de referteperiode die aan de gang is. U zou bijvoorbeeld kunnen voorzien dat u in 2025 een stijging wil van 100% van de omzet van 2020 in stappen van 20% elk jaar. Wel, u mag dan bijvoorbeeld in 2022 de lat wat hoger leggen (bijvoorbeeld een omzetstijging van 125% in 2025), maar dan enkel voor 2023 tot 2025.

Het moet een “niet-recurrent” voordeel zijn. Dit houdt in dat de doelstelling uitgezet wordt voor een bepaalde periode. Als die periode voorbij is, is het bonusplan ook voorbij.
U moet de bonus toekennen aan gans het personeel of minstens aan een bepaalde groep en u moet de bonus toekennen op basis van objectieve criteria.

Vrij van belastingen en ook van RSZ (of toch bijna)

Op de loonbonus is geen personenbelasting verschuldigd. Ook voor RSZ-doeleinden wordt het voordeel niet als loon beschouwd. Er zijn dus geen gewone RSZ-bijdragen verschuldigd. Maar de wet voorziet wel enkele “bijzondere bijdragen”. In hoofde van de werkgever is er een bijzondere bijdrage van 33% van de bonus en in hoofde van de werknemer een solidariteitsbijdrage van 13,07% die door de werkgever moet ingehouden worden.
Zowel de bonus als de bijzondere bijdrage zijn voor de werkgever fiscaal aftrekbare beroepskosten.

Grensbedragen voor 2021

Het bedrag dat u als werkgever op deze manier mag uitdelen, is gelimiteerd. Het grensbedrag is gekoppeld aan de gezondheidsindex. De grensbedragen voor de voordelen die worden betaald vanaf 1 januari 2021 bedragen:

Voor RSZ-doeleinden: 3.447 euro (3.413 euro in 2020).

Voor fiscale doeleinden: 2.998 euro (2.968 euro in 2020).

Het verschil tussen de twee bedragen is te verklaren door de solidariteitsbijdrage van 13,07% die u moet inhouden ten laste van de werknemer.
Deze bedragen gelden per kalenderjaar en per werknemer.

Bij overschrijding van de limiet wordt het overschrijdend deel van de bonus als gewoon loon beschouwd wat betekent dat u als werkgever a) de gewone RSZ-bijdrage van de werkgever moet betalen, b) de gewone RSZ-bijdrage van de werknemer moet inhouden en vooral c) de bedrijfsvoorheffing moet inhouden.

Als u een bonusplan wil invoeren, moet u nog heel wat formaliteiten en procedures doorlopen. Sinds januari 2019 zijn er nieuwe en verplicht te gebruiken formulieren en sinds maart 2019 kan u de procedure ook deels online doorlopen. Belangrijk is dat u tijdig begint. Een bonusplan (ingevoerd via cao of via toetredingsakte) moet nog steeds neergelegd worden alvorens 1/3e van de in het plan bepaalde referteperiode is verstreken. Loonbonusplannen met een referteperiode van bijvoorbeeld een volledig kalenderjaar moeten voor eind april ingediend worden.

Nieuws

De btw-aftrek voor voertuigen is een bijzonder ingewikkeld verhaal. Voor personenvoertuigen kan die aftrek in principe nooit groter zijn dan 50%. Maar als het voertuig ook voor privédoeleinden wordt gebruikt, kan de aftrekbeperking groter zijn. De administratie maakt het u tijdens de coronacrisis iets gemakkelijker om het één en ander aan te tonen.

De belastingadministratie heeft eind februari via een circulaire haar standpunt bekendgemaakt over de fiscale gevolgen van thuiswerk. De aanleiding is de COVID-19-crisis, maar het nieuwe standpunt staat verder los van de pandemie: ze geldt voor alle situaties van thuiswerk sinds 1 maart 2021.

Na twee Europese veroordelingen heeft België het belastingstelsel voor buitenlandse onroerende goederen aangepast. U krijgt tot eind 2021 om via een bijzondere aangifte de waarde van het inkomen van die buitenlandse onroerende goederen te bepalen. Daarna moet u er – misschien – belastingen op betalen.