Wanneer zijn bezoldigingen betaald?

Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB) zegt dat bezoldigingen van bedrijfsleiders belastbaar zijn op het ogenblik dat ze verleend of toegekend zijn. Over de bedrijfsvoorheffing zegt de wet dat de voorheffing moet ingehouden worden als de lonen betaald of toegekend worden. Het hof van beroep van Luik gaf onlangs een beetje meer uitleg bij de begrippen “toekennen”, “verlenen” en “betalen”.

Luxemburgse vennootschap in slechte papieren

Een Belgisch echtpaar werkt voor een Luxemburgse vennootschap. Zij als werknemer, hij als bedrijfsleider. In zo'n internationale situatie moeten we altijd even naar het dubbelbelastingverdrag kijken welke van de 2 staten de belasting mag heffen. In dit specifieke geval blijkt de belastingheffing aan België toe te komen.

Op een bepaald ogenblik komt de vennootschap in de problemen en ze slaagt er niet meer in de bezoldigingen volledig te betalen. De bezoldigingen werden wel volledig ingeschreven op de individuele loonrekening maar ze werden niet volledig uitgekeerd.

De fiscus stelt dat vast en wil de bezoldigingen voor hun volledigheid belasten... immers, door de sommen in te schrijven op de individuele rekening zijn ze “toegekend” en daarom zijn ze ook belastbaar in hoofde van de genieter.
De fiscus beseft uiteraard ook wel dat de sommen niet volledig werden uitgekeerd: ze bevestigt dan ook dat de echtgenoten vrijwillig afstand hebben gedaan van een deel van de bezoldiging om de vennootschap niet te schaden.

Maar de sommen waren dus wel ingeschreven op de rekening. Dit houdt volgens de administratie in dat ze beschikbaar waren. De reden waarom ze niet werden uitbetaald is een vrije keuze van de genieters om de fondsen ter beschikking te houden van de vennootschap.
De zaakvoerder had ook andere beslissingen kunnen nemen. Hij had kunnen beslissen om de bezoldiging niet toe te kennen, of de vennootschap een lening laten aangaan om de bezoldigingen wel effectief uit te keren.

Cash-stelsel

Het hof van beroep van Luik ziet dat toch anders. Het hof herhaalt eerst dat voor bezoldigingen het “cash-stelsel” van toepassing is. Bij zelfstandigen en vennootschappen zijn winsten belastbaar van zodra zij geboekt (moeten) worden. Het feit dat de effectieve betaling pas later komt, is voor deze laatsten niet relevant.
Bij bezoldigingen geldt dat er belasting is bij betaling of minstens bij effectieve toekenning die voor de belastingplichtige een vermogensverrijking uitmaakt.
Er is maar sprake van een toekenning als de bezoldigde kan beschikken over zijn bezoldiging door de boeking op een beschikbare rekening. Als hij of zij er niet kan over beschikken door een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de begunstigde, dan is er geen sprake van toekenning.

In dit geval gaat het hof dieper in op de financiële mogelijkheden van de vennootschap. Die was behoorlijk slecht, de vennootschap had zelfs een negatief eigen vermogen. Het feit dat de bezoldigingen niet effectief werden uitbetaald, is volgens het hof niet noodzakelijk het gevolg van een akkoord tussen de vennootschap en de belastingplichtigen. In dit geval kon de vennootschap de bezoldigingen niet betalen door economische omstandigheden.

Het arrest is gunstig voor de belastingplichtige maar toch wel wat verrassend. Het hof gaat redelijk snel over het feit dat de zaakvoerder zelf kon beslissen hoeveel hij kon toekennen. Hij besliste om een bepaalde som toe te kennen, en vervolgens die niet helemaal uit te betalen.
Heel vlot gaat het hof er van uit dat de beslissing om de bezoldiging niet effectief uit te keren gewoon werd ingegeven door de omstandigheden en dus onontkoombaar was.
Een redenering die misschien niet voor elke rechtbank of hof standhoudt.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.