De grens oversteken met cash

In het kader van de bestrijding van witwas-activiteiten kent de EU al sinds 2014 regels die u verplichten aangifte te doen van de ‘liquide middelen’ die u bij u draagt op het ogenblik dat u de grens oversteekt. Aangifte is verplicht zodra u meer dan 10.000 euro in cash bij u heeft. De bestaande regeling werd in 2021 nog verstrengd.

Europa binnenkomen of verlaten

We moeten een onderscheid maken tussen rondtrekken binnen de EU en de EU-buitengrenzen oversteken (zoals vanuit het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, de VS, …).

Steekt u de buitengrenzen van de EU over – ongeacht of u binnenkomt, dan wel de EU verlaat –, dan moet u een ‘aangifte liquide middelen’ invullen zodra u 10 000 euro of meer op zak heeft. Het gaat daarbij niet alleen om cash in de vorm van eurobiljetten, maar ook om het equivalent daarvan in andere valuta, obligaties, aandelen of reischeques.

De douane is bevoegd om u bij de grens te controleren en om, in geval van niet-aangifte, de gevonden liquide middelen in bewaring te nemen.

Op 3 juni 2021 werden de regels nog strenger.
In eerste instantie werd het begrip ‘liquide middelen’ uitgebreid. Voortaan moet u ook een ‘aangifte liquide middelen’ indienen als u bij het binnenkomen of verlaten van de EU waardevolle voorwerpen vervoert die een waarde hebben van 10 000 euro of meer. De aangifteplicht heeft sinds 3 juni immers betrekking op:

bankbiljetten en munten (met inbegrip van vervallen valuta die nog ingewisseld kunnen worden bij een financiële instelling)

verhandelbare instrumenten aan toonder, zoals cheques, reischeques, orderbriefjes en postwissels

gouden munten met een goudgehalte van ten minste 90%

goudstaven of goudklompjes met een goudgehalte van ten minste 99,5%.

Ten tweede kan de douane u vragen om een ‘aangifte inzake vrijgave van liquide middelen’ in te dienen als de dienst ontdekt dat u ‘niet-begeleide contanten’ ter waarde van 10.000 euro heeft verzonden via de post, per vracht of koerier. Die aangifte moet binnen 30 dagen worden gedaan door de ontvanger, de verzender of een aangewezen vertegenwoordiger van beiden.

Ten slotte kan de douane voortaan ook optreden als er aanwijzingen zijn dat de contanten verband houden met criminele activiteiten. Zelfs als de reiziger minder dan 10 000 euro op zak heeft.

De Belgische grenzen oversteken

Maar ook als u binnen de EU blijft, kan het zijn dat u aangifte moet doen. Komt u België binnen of verlaat u België vanuit, of naar een andere EU-lidstaat, dan moet u voortaan liquide middelen vanaf een waarde van 10.000 euro aangegeven als de douane hierom verzoekt. Ook zogenoemde ‘onbegeleide liquide middelen’ (bijvoorbeeld via de post) moeten aangegeven worden als de douane daarom vraagt.

Deze aangifteplicht heeft echter alleen betrekking op contant geld en verhandelbare instrumenten aan toonder. Goud moet niet aangegeven worden.

Net zoals bij het oversteken van de buitengrenzen van de Unie kan de douane ook een aangifte vragen als de waarde van de liquide middelen minder bedraagt dan 10.000 euro maar er een vermoeden is van criminele activiteiten.

Overtredingen kunnen leiden tot de inbewaringneming van de geldsommen, maar die inbewaringneming kan slechts 14 dagen duren.

De nieuwe Belgische regeling geldt sinds 4 september 2021.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Wie samen met een andere persoon eigenaar is van een onroerend goed kan een einde maken aan die mede-eigendom door uit onverdeeldheid te treden. Het verdeeldrecht bedraagt, afhankelijk van de ligging van het onroerend goed, 2,5% in Vlaanderen of 1% in de beide andere gewesten. Bent u echter mede-eigenaar, samen met uw eigen vennootschap, dan betaalt u een verkooprecht van 12% of 12,5%. Waarom is dat?