Uitstel van betaling van de vennootschapsbijdrage door de coronacrisis

De “jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen” is een sociale bijdrage die vennootschappen moeten betalen ter financiering van de pensioenen en van de ziekteverzekering van zelfstandigen. Ook in het coronajaar 2020 is ze verschuldigd maar ze mag wel later betaald worden.

Jaarlijks moeten vennootschappen een bijdrage betalen die dient om de pensioenen en de ziekteverzekering van zelfstandigen te financieren. De vennootschap haalt daar zelf geen enkel “voordeel” uit.

Wie

De bijdrage is verschuldigd door alle vennootschappen die in België aan inkomstenbelastingen onderworpen zijn, hetzij onder de Belgische vennootschapsbelasting, hetzij aan de Belgische belasting van niet-inwoners/vennootschappen.
Zit u in één van die twee situaties, dan moet de vennootschap zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en op dat ogenblik is de vennootschap in principe de bijdrage verschuldigd.

Bedrag

Er zijn slechts 2 tarieven. Of u het hoge of het lage tarief betaalt, hangt af van het balanstotaal.
Het lage tarief bedraagt 347,50 euro en dat bedrag is verschuldigd als het balanstotaal kleiner is of gelijk aan 702.954,74 euro. Dit laatste bedrag is indexgebonden. Het vermelde bedrag is het grensbedrag van 2020.
Is het balanstotaal groter dan 702.954,74 euro, dan bedraagt de bijdrage 868 euro.

Startende vennootschappen zijn de bijdrage dat zelfde jaar nog verschuldigd als ze werden opgericht vóór 1 april van het bijdragejaar. Een vennootschap die werd opgericht op 1 april 2020 of daarna, is de bijdrage dus niet verschuldigd in 2020.
De eerste twee jaren van onderwerping is de vennootschapsbijdrage in elk geval maar 347,50 euro. Nadien hangt de bijdrage af van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar. Voor de bijdrage van 2020 kijkt u dus naar het balanstotaal eind 2018.

Het coronajaar

Ook in 2020 is de bijdrage verschuldigd maar omwille van de coronacrisis werd wel besloten om de deadline met 4 maanden uit te stellen. De vennootschapsbijdrage is in principe verschuldigd voor 1 juli van het bijdragejaar. Dat werd onlangs na een wetswijziging éénmalig uitgesteld tot 31 oktober. Wie daarna te laat betaalt, loopt tegen een maandelijkse verhoging van 1% aan.

Noteer nog dat vennootschappen de eerste drie jaar vanaf de oprichting geen bijdrage verschuldigd zijn op voorwaarde dat a) het niet gaat om naamloze vennootschappen en b) alle mandatarissen en een meerderheid van de werkende vennoten die geen mandataris zijn, maximaal drie jaar zelfstandige waren gedurende de tien jaar onmiddellijk voorafgaand aan de oprichting van de vennootschap.

Voor jaren dat uw vennootschap niet actief is, kan u vrijstelling vragen. U moet dan een attest van non-activiteit aanvragen bij de Federale Overheidsdienst Financiën, afdeling “controle vennootschappen”.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Wie samen met een andere persoon eigenaar is van een onroerend goed kan een einde maken aan die mede-eigendom door uit onverdeeldheid te treden. Het verdeeldrecht bedraagt, afhankelijk van de ligging van het onroerend goed, 2,5% in Vlaanderen of 1% in de beide andere gewesten. Bent u echter mede-eigenaar, samen met uw eigen vennootschap, dan betaalt u een verkooprecht van 12% of 12,5%. Waarom is dat?