Vlaams regeerakkoord over erfbelasting en schenkbelasting

Het Vlaams regeerakkoord bevat een aantal nieuwigheden inzake erf- en schenkbelasting. Concrete, harde voorstellen zijn er nog niet: van politieke beslissing tot effectieve wetgeving kan soms even duren...

Schenkbelasting

Op het vlak van de belasting op schenkingen moeten we zeker de 'verdachte periode' vermelden als belangrijke nieuwigheid. De verdachte periode is de periode van (nu) 3 jaar vóór het overlijden. Als de persoon die overleden is, in die periode schenkingen heeft gedaan, dan moet dit in de aangifte van de erfbelasting vermeld worden. Er zijn dan eigenlijk 3 mogelijke scenario's.
De eerste mogelijkheid is dat de overledene roerende goederen of geld schonk en er geen schenkingsrechten werden betaald. Dit is bijvoorbeeld het geval met een zogenaamde handgift of bij een akte in het buitenland (Nederland) die u hier niet laat registreren. Dit is trouwens perfect legaal. Als de schenker binnen de 3 jaar na deze handgift of schenking overlijdt, dan wordt de schenking - voor de berekening van de erfbelasting - weer toegevoegd aan de nalatenschap en wordt de schenking beschouwd als een legaat.
Tweede scenario is dat de overledene roerende goederen of geld schonk en de schenkingsrechten (van 3 tot 7%) wel werden betaald. In dit geval wordt de schenking bij de berekening van de erfbelasting volstrekt genegeerd.
Derde mogelijkheid: de overledene schonk een onroerend goed. Onroerende goederen moeten altijd via een Belgische notaris overgedragen worden. Zodoende kan u niet “ontsnappen” aan schenkingsrechten. Niettegenstaande de schenkingsrechten werden betaald moet u ook hier, bij overlijden van de schenker binnen de drie jaar, de waarde van de schenking weer toevoegen aan de nalatenschap. De betaalde schenkingsrechten mogen afgetrokken worden van de erfbelasting die verschuldigd is: omwille van de progressiviteit van de erfbelasting zal u wellicht nog extra belasting moeten betalen.
Welnu, die verdachte periode van 3 jaar zou verlengd worden tot 4 jaar. Dit is vooral gericht op scenario 1. De boodschap is eigenlijk dat het weinig zin heeft om belastingontwijkende structuren op te zetten. U doet er beter aan om de schenkbelasting (van 3 tot 7%) te betalen. Zo vermijdt u het risico om later méér belastingen te moeten betalen.
Noteer nog dat de verdachte periode bij de schenking van familiale ondernemingen momenteel 7 jaar bedraagt en dat zou ook zo blijven.

Erfbelasting

Bij de eerste onderhandelingen voor een regeerakkoord was er sprake van een volledige vrijstelling van erfbelasting voor de langstlevende echtgenoten of wettelijk samenwonende en voor inwonende kinderen, maar in het regeerakkoord komt dat niet meer aan bod.

Het regeerakkoord voorziet wel de invoering van een zogenaamde 'vriendenerfenis'. Het zou mogelijk zijn om met een dergelijk vriendenerfenis uw “beste vriend” een legaat toe te kennen aan het tarief dat van toepassing is op verwanten in rechte lijn. Tussen vrienden bedragen de tarieven tussen 25% en 55%. Verwanten in rechte lijnen betalen tussen 3% en 27% erfbelasting.

Ook het duo-legaat (waarbij u een deel van uw nalatenschap toekent aan een goed doel) zou hervormd worden - er is sprake van een afschaffing. Met een duo-legaat voorziet u in uw testament dat een deel van de nalatenschap naar een goed doel gaat en een ander deel naar natuurlijke personen (verwanten of niet). Als voorwaarde geldt dat het goede doel de erfenisrechten betaalt voor de andere personen. In sommige hypotheses kan het dan gebeuren dat die andere erfgenamen dan meer overhouden dan zonder het legaat aan het goede doel.
Deze vorm van “fiscale planning” is ongewenst en daarom wil de Vlaamse regering het duo-legaat misschien afschaffen maar alleszins dermate hervormen dat het legaat aan het goede doel uitsluitend ingegeven wordt door altruïsme en niet door fiscale optimalisatie.

Erfbelasting en schenkingsrechten zijn een gewestelijke bevoegdheid: de regeringsakkoorden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest voorzien geen nieuwigheden op dit vlak.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Als een vennootschap betalingen doet aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een belastingparadijs, dan moet ze dat aangeven. De administratie gaf onlangs wat meer inzicht in wat dat precies betekent…, volgens de fiscus althans.