Familiale vennootschappen: de nieuwe vennootschappenwet en het Vlaamse erf- en schenkingsrecht

Om te vermijden dat familiale vennootschappen, bij pensionering of overlijden van de bedrijfsleider worden ontbonden, voerde de Vlaamse wetgever al in de jaren negentig een gunstig belastingregime in voor de schenking en voor de ververing van familiale vennootschappen. Overnemers komen in aanmerking voor een vrijstelling van schenkingsrecht of een verlaagd tarief erfbelasting mits naleving van een reeks voorwaarden. Door de nieuwe vennootschappenwet moeten die voorwaarden soms anders ingevuld worden.

Erfbelasting en schenkingsrechten voor familiale vennootschappen

Als u de aandelen van de familiale onderneming van uw partner erft, dan kan u mits naleving van een reeks voorwaarden, genieten van een afzonderlijk tarief van 3%. Dat tarief geldt ook voor erfgenamen in rechte lijn. In andere gevallen bedraagt het tarief 7%. De schenking van een familiale vennootschap kan aan 0%.

Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat de aandelen van de vennootschap op het ogenblik van het overlijden “familiebezit” zijn. Dat is het geval als die aandelen:

ofwel voor minstens 50% in volle eigendom toebehoren aan de erflater en zijn familie;

ofwel voor minstens 30% toebehoren aan de erflater en zijn familie en zij samen met één andere aandeelhouder en zijn familie volle eigenaar zijn van minstens 70% van de aandelen;

ofwel voor minstens 30% toebehoren aan de erflater en zijn familie en zij samen met 2 andere aandeelhouders en hun familie volle eigenaar zijn van minstens 90% van de aandelen van de vennootschap.

Stemrecht in plaats van aandelen

De Vlaamse fiscale codex eist dat het gaat om aandelen of deelbewijzen met stemrecht die een deel van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, of om certificaten ervan die aan de wettelijke voorwaarden voldoen.

Maar door de nieuwe vennootschappenwet (WVV) is de regel “1 aandeel, 1 stemrecht” niet langer van toepassing. Er moet minsten 1 aandeel zijn met stemrecht, maar verder is zowat alles mogelijk: aandelen met meervoudig stemrecht, aandelen zonder stemrecht, ...

Daarom werden de Vlaamse erfbelasting en schenkbelasting aangepast: de verwijzing naar “aandelen” werd vervangen door “stemrecht”. Met andere woorden, de vrijstelling en het verlaagd tarief zijn van toepassing als minstens 50% van de stemrechten in handen zijn van de erflater en zijn familie, of minstens 30% van de stemrechten in combinatie met het stemrecht van 1 of 2 andere families.

Behoud van het maatschappelijk kapitaal

Een andere voorwaarde die naar aanleiding van de WVV moest aangepast worden betreft het maatschappelijk kapitaal.

De vrijstelling van schenkingsrecht en het verlaagd tarief van de erfbelasting zijn maar mogelijk als het kapitaal van de vennootschap gedurende 3 jaar vanaf de datum van resp. de schenking of het overlijden van de erflater niet daalt door uitkeringen of terugbetalingen.

Maar onder de WVV hebben BV's en CV's geen maatschappelijk kapitaal meer nodig. We spreken er nu van een “eigen vermogen”. Voor die vennootschapsvormen wordt de Vlaamse  wetgeving aangepast. In plaats van het verbod om het kapitaal te laten dalen, is er sprake van een verbod om gedurende 3 jaar na de schenking/het overlijden het eigen vermogen te laten dalen tot onder het bedrag van de op die datum verrichte inbrengen - zowel de beschikbare als de onbeschikbare - zoals dat blijkt uit de jaarrekening.

Voor de andere vennootschapsvormen (de NV, de Europese coöperatieve vennootschap en de Europese vennootschap) blijft de voorwaarde van behoud van het kapitaal ongewijzigd behouden.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.