Recht op outplacement voor werknemers die niet beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt geschrapt

In de algemene regeling van outplacement blijft alles bij het oude maar in de bijzondere regeling komt de wetgever de werkgevers tegemoet. Sinds 1 december 2018 kreeg de notie ‘werknemer die niet beschikbaar op de arbeidsmarkt moet blijven’ immers een striktere invulling. Maar nu is het recht op dit bijzonder outplacement voor 45–plussers geschrapt. Ook wanneer ze er zelf om vragen, moet de werkgever geen outplacementbegeleiding aanbieden. We verklaren ons nader.

Algemene outplacementregeling

Alle werknemers ongeacht hun leeftijd die ontslagen worden en die recht hebben op een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of een daarmee overeenstemmende opzeggingsvergoeding hebben recht op outplacement. Dit houdt in: diensten en adviezen in opdracht van de werkgever die de ontslagen werknemer begeleiden zodat hij/zij snel terug aan de slag kan.
Binnen de 15 dagen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst doet de werkgever een schriftelijk outplacementaanbod aan de werknemer.
In de algemene regeling van outplacement noteren we geen wijzigingen.

Bijzondere outplacementregeling

In cao nr. 82 is een bijzondere outplacementregeling opgenomen voor ontslagen werknemers van:

45 jaar en ouder

die minstens één jaar anciënniteit hebben bij de werkgever en

die niet ontslagen zijn omwille van dringende reden én

die geen recht hebben op een opzegtermijn of opzegvergoeding van minstens 30 weken.

Ook deze werknemers hebben recht op outplacement maar de werkgever is evenwel niet verplicht i.c. spontaan outplacementbegeleiding aan te bieden aan bepaalde werknemerscategorieën, behalve indien ze er uitdrukkelijk om verzoeken. Het betreft in het bijzonder werknemers die minder dan halftijds werken en werknemers die niet beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt in de zin van de outplacementreglementering.

Wie moet niet beschikbaar zijn voor arbeidsmarkt?

Sinds 1 december 2018 wordt de notie 'niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt' strikter ingevuld. De (nieuwe) categorieën van onbeschikbaarheid slaan op:

de werklozen met bedrijfstoeslag (SWT) op basis van medische problemen;

de werklozen met bedrijfstoeslag op basis van de cao nr. 17;

de werklozen met bedrijfstoeslag met nachtwerk, in een zwaar beroep of in de bouwsector, met jaren in een zwaar beroep (generiek stelsel) of met een zeer lange loopbaan van 40 jaar;

de werklozen met bedrijfstoeslag in een bedrijf dat erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering;

de gewone werklozen (andere werknemers) voor zover zij de leeftijd van 62 jaar bereiken of een beroepsverleden van 42 jaar hebben;

ex-werknemers van het stads- en streekvervoer (PC 328);

ex-werknemers van beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen en maatwerkbedrijven;

ex-werknemers in een doorstromingsprogramma.

Voor bijna alle categorieën geldt een nieuwe leeftijdgrens of aantal jaren beroepsverleden. De leeftijd of het beroepsverleden moet bereikt zijn op het einde van de theoretische opzeggingstermijn of op het einde van de periode gedekt door de theoretische opzeggingsvergoeding.

Versoepeling bijzondere outplacementregeling

De bijkomende verplichting voor de werkgevers is intussen wel gemilderd in die zin dat ze niet langer verplicht zijn om outplacement aan te bieden aan ex-werknemers die niet beschikbaar moeten zijn voor de arbeidsmarkt. Zelfs niet wanneer de werknemer hier uitdrukkelijk om verzoekt! De versoepeling in van kracht sinds 31 december 2018.

In een advies nr. 2.066 heeft de Nationale Arbeidsraad (NAR) geoordeeld dat er 'op basis van het akkoord onder de sociale partners, geen recht op outplacementbegeleiding (voor de werknemers), noch plicht om deze aan te bieden (voor de werkgevers) mag bestaan wanneer een werknemer die niet beschikbaar moet zijn voor de algemene arbeidsmarkt hier uitdrukkelijk om verzoekt'.

Werkgevers moeten wel nog steeds een begeleiding aanbieden aan werknemers met een tewerkstelling van minder dan halftijds die erom verzoeken. Tenzij ze zich daarnaast ook in een geval van onbeschikbaarheid bevinden...

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.