Gewestelijke inkomenscompensatievergoedingen voor zelfstandigen en kmo’s fiscaal vrijgesteld

De gewestelijke inkomenscompensatievergoedingen worden vrijgesteld van belasting. Inkomenscompensatievergoedingen worden toegekend door de gewesten aan ondernemingen of zelfstandigen die hinder ondervinden van openbare werken in hun straat. De vrijstelling geldt voor vergoedingen verkregen sinds 1 januari 2018.

Vrijstelling in de personenbelasting en de vennootschapsbelasting

Sinds de Zesde staatshervorming zijn de gewesten bevoegd voor de toekenning van de inkomenscompensatievergoeding aan ondernemers die door werken 'op het openbaar domein' omzet verliezen of zelfs hun activiteiten moeten staken.

Dergelijke gewestelijke compensatievergoedingen, toegekend op basis van de federale wet of op basis van een gewestelijk decreet (ordonnantie) worden vrijgesteld van belastingen. De vrijstelling geldt zowel in de personenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

De logische keerzijde van de vrijstelling is dat een eventuele terugbetaling van de vergoeding aan de gewesten, niet aftrekbaar is als beroepskosten.

Vergoeding voor slachtoffers van hinder door openbare werken

De nieuwe maatregelen gelden voor natuurlijke personen en vennootschappen die het slachtoffer zijn van hinder door openbare werken. Ze geldt ook voor winst of baten van een vorige beroepswerkzaamheid.

De financiële vergoedingen moeten door de gewesten zijn toegekend:

ofwel op basis van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein. De relevante bepalingen van deze federale wet gelden voor het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

ofwel op basis van andere gewestelijke regelgeving ten gunste van ondernemingen die het slachtoffer zijn van hinder door openbare werken. Bijvoorbeeld het Vlaams decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest. Op basis van dit decreet kunnen kleine ondernemingen met maximum 9 werknemers (uitzendkrachten niet meegerekend) een hinderpremie aanvragen (vast bedrag van 2.000 EUR) en een sluitingspremie (80 EUR per dag) wanneer men door de werken ook effectief de deuren moet sluiten gedurende minstens 21 opeenvolgende dagen. Aanvragen dienen digitaal te worden ingediend op www.vlaio.be. De nieuwe hinderpremie vervangt de Vlaamse rentetoelage hinder openbare werken en de Inkomenscompensatievergoeding voor zelfstandigen en geldt voor werken die gestart zijn ná 1 juli 2017. Ze heeft zowel betrekking op de vergoedingen betaald aan zelfstandigen-natuurlijke personen als aan vennootschappen.

Vanaf wanneer vrijgesteld?

Zowel de vrijstelling van de vergoedingen als de niet-aftrekbaarheid als beroepskosten van eventuele terugbetalingen van vrijgestelde vergoedingen zijn van toepassing op vergoedingen verkregen sinds 1 januari 2018.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Wie samen met een andere persoon eigenaar is van een onroerend goed kan een einde maken aan die mede-eigendom door uit onverdeeldheid te treden. Het verdeeldrecht bedraagt, afhankelijk van de ligging van het onroerend goed, 2,5% in Vlaanderen of 1% in de beide andere gewesten. Bent u echter mede-eigenaar, samen met uw eigen vennootschap, dan betaalt u een verkooprecht van 12% of 12,5%. Waarom is dat?