Krachtlijnen van het nieuwe insolventierecht

De wet van 11 augustus 2017 heeft het insolventierecht van ondernemingen grondig hervormd. De faillissementswet van 8 augustus 1997 en de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (het vroegere gerechtelijk akkoord) gaan op in Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht. Belangrijke nieuwigheid is de verruiming van het toepassingsgebied. Alle ondernemingen en vrije beroepers komen in aanmerking voor de insolventieprocedures.

Ruimer toepassingsgebied

Momenteel kunnen vrije beroepers de boeken niet neerleggen. Net als alle ondernemers krijgen ook zij de mogelijkheid om hun onderneming aan te passen, te laten beschermen of te laten ophouden. De concrete toepassingsmodaliteiten op de vrije beroepen worden nog door de Koning bepaald.

Het personeel toepassingsgebied is voortaan opgebouwd rond het begrip "onderneming". Voor de toepassing van Boek XX is een "onderneming":

iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent,

iedere rechtspersoon, en

iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid.

Wie tot één van deze categorieën behoort (persoon of entiteit), kan bijgevolg failliet worden verklaard of het voorwerp zijn van een procedure van gerechtelijke reorganisatie. Dus niet alleen handelaars, maar ook vrije beroepen, landbouwentiteiten, vzw's en alle natuurlijke personen met een zelfstandige beroepsactiviteit kunnen in de toekomst failliet gaan.

Volledige elektronische insolventieprocedure

In het Centraal Register Solvabiliteit (een geïnformatiseerde gegevensbank) worden de dossiers over de minnelijke akkoorden, de procedures van gerechtelijke reorganisatie of faillissement opgeslagen en bewaard. Voor de neerlegging van een faillissementsdossier moet men dus niet meer bij de griffie van de rechtbank van koophandel langsgaan. De rechtbanken, de griffiers, de rechters in handelszaken en de curatoren zullen het dossier elektronisch kunnen raadplegen.

Vernieuwing van het minnelijk akkoord

Via het minnelijk akkoord is een schuldeiser zeker dat hij de betalingen die hij ontvangt, ook kan behouden. Wanneer aan dit akkoord ook uitvoerbare kracht wordt gegeven, kan de schuldeiser -bij stilzitten van de schuldenaar- het akkoord voor de rechtbank afdwingen.
Een schuldenaar die zelf niet in staat is om orde op zaken te stellen als hij in moeilijke papieren zit, zal een beroep kunnen doen op een ondernemingsbemiddelaar. Zo'n bemiddelaar kan helpen bij het opstellen van een akkoord met de schuldeisers. Dankzij deze maatregelen kan een onderneming in moeilijkheden sneller ingrijpen en tegen een zeer lage prijs een doorstart maken.

Start op 1 mei 2018

De wet van 11 augustus 2017 treedt op 1 mei 2018 in werking en geldt voor de insolventieprocedures die vanaf die datum worden geopend. De Koning kan voor iedere bepaling van de wet van 11 augustus 2017 een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan 1 mei 2018.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Wie samen met een andere persoon eigenaar is van een onroerend goed kan een einde maken aan die mede-eigendom door uit onverdeeldheid te treden. Het verdeeldrecht bedraagt, afhankelijk van de ligging van het onroerend goed, 2,5% in Vlaanderen of 1% in de beide andere gewesten. Bent u echter mede-eigenaar, samen met uw eigen vennootschap, dan betaalt u een verkooprecht van 12% of 12,5%. Waarom is dat?