Interne meerwaarden ontsnappen niet meer aan belasting

Sinds 1 januari 2017 wordt het systeem van de interne meerwaarden minder interessant. Een inbreng gevolgd door een latere belastingvrije uitkering zal immers niet langer mogelijk zijn. Een beetje meer uitleg.

Hoe werkt het systeem van de 'interne meerwaarde'

Een belastingplichtige brengt de aandelen van zijn vennootschap in een holding in. Ook de holding wordt door hemzelf gecontroleerd. Bij deze inbreng realiseert hij meerwaarden op zijn aandelen. Omdat hij inbrengt in zijn eigen holding worden deze 'interne' meerwaarden genoemd. Het inbrengen van de aandelen kan worden beschouwd als normaal beheer van het privévermogen. Daardoor betaalt hij geen belasting op de meerwaarde. Hij ontsnapt dus een eerste keer aan belastingen.

De ingebrachte aandelen worden bij de holding gestort kapitaal. Later doet de holding een kapitaalvermindering of wordt de holding geliquideerd. Daarbij wordt (een deel van) het gestort kapitaal aan de belastingplichtige (de inbrenger die aandeelhouder is) uitgekeerd. Op de uitkering van gestort kapitaal moet er geen belasting betaald worden. Hij ontsnapt dus een tweede keer aan belastingen.

Wetgever wil af van deze fiscaal gunstige techniek

De aanpak van deze techniek is vrij eenvoudig. De ingebrachte aandelen worden fiscaal niet langer beschouwd als gestort kapitaal, maar als belaste reserve. Bij een latere kapitaalvermindering wordt er geen gestort kapitaal uitgekeerd aan de aandeelhouder, maar belaste reserves. Deze belaste reserves kunnen niet belastingvrij uitgekeerd worden. Deze uitkering wordt immers gelijkgesteld met de uitkering van een dividend. De aandeelhouder zal nu dus wel belasting moeten betalen: er moet 30 % roerende voorheffing worden ingehouden.

Nota bene: boekhoudkundig wordt de meerwaarde nog wel als gestort kapitaal gekwalificeerd.

Vanaf wanneer?

De nieuwe regels gelden voor inbrengen vanaf 1 januari 2017.

Voor inbrengen die dateren van vóór 1 januari 2017 geldt deze nieuwe aanpak nog niet. Die zouden eventueel wel kunnen worden aangepakt op basis van de algemene misbruikbepaling.

Nieuws

De "Bijkluswet" maakt onbelast bijverdienen mogelijk. Dat kan voor werknemers die minstens 4/5 werken, voor zelfstandigen in hoofdberoep en voor gepensioneerden. Zolang de inkomsten binnen een vastgelegde limiet blijven, zijn er geen bijdragen of belastingen verschuldigd. Sinds 15 juli 2018 moeten de klussen worden aangegeven via de onlinedienst Bijklussen. De werking in een notendop.

Sinds 1 november 2018 maken we geen onderscheid meer tussen handelsvennootschappen en burgerlijke vennootschappen. Voortaan spreken we enkel over vennootschappen. Beoefenaars van vrije beroepen die een vennootschap oprichtten, kozen traditioneel voor een burgerlijke vennootschap. Dit burgerlijk karakter van de vennootschap staat vermeld in haar statuten. Moeten de burgerlijke vennootschappen hun statuten nu aanpassen?

Aan de vooravond van het nieuwe jaar, staan we even stil bij de verdere uitwerking van de taxshift en de hervorming van de vennootschapsbelasting.