Op zoek naar alternatieve beloning? Betaal de poetsvrouw van uw werknemer

Een gewone loonsverhoging geven aan uw werknemer of bedrijfsleider kost veel geld. Tegelijkertijd houdt uw werknemer of bedrijfsleider er in verhouding niet zoveel aan over. U kan echter ook op een fiscaal interessante manier uw personeel belonen. Eén manier daarvan is de ‘bonus voor diensten aan huis’. Daarmee kan u de poetsvrouw, tuinman of klusjesdienst van uw werknemer betalen.

De bonus voor diensten aan huis

De 'bonus voor diensten aan huis' is een (nieuwe) alternatieve verloningsvorm. In plaats van de werknemer of bedrijfsleider meer geld te geven, geeft u hem 'diensten'. Dit wil zeggen: u betaalt iemand om bij uw werknemer/bedrijfsleider klusjes uit te voeren: poetsen, ramen wassen, tuinonderhoud, kleine herstellingen uitvoeren (schilderwerken, loodgieterij), diensten als chauffeur.

Om die diensten te kunnen aanbieden aan uw werknemers, sluit u een contract met een  facilitymanagementbedrijf. Zij zullen voor u de nodige (onder)aannemers regelen die de diensten effectief zullen uitvoeren. Als uw werknemer een voorkeur heeft voor een specifieke dienstverlener, kan het facilitymanagementbedrijf daar voor zorgen.

Aangezien de werknemer zelf niet betaalt voor de diensten die voor hem worden verricht, krijgt hij een 'voordeel'. Dat is uiteraard een belastbaar voordeel van alle aard.

'Fiscale'  waarde van het voordeel

De grote winst voor de werknemer/bedrijfsleider zit erin dat de waarde van het voordeel forfaitair wordt bepaald. Er wordt dus niet gekeken naar de werkelijke waarde van de dienst.

Het forfait bedraagt 3,50 EUR per uur (dit terwijl zo'n dienst natuurlijk al snel meer dan 10 EUR per uur kan kosten in werkelijkheid). Deze waarde is gebaseerd op de waarde van een 'dienstbode' die gratis ter beschikking gesteld wordt van een werknemer/bedrijfsleider: die waarde wordt bepaald op 5.950 EUR voor een jaar. Gerekend aan 1.700 werkuren (op een jaar) is de waarde per uur daarvan 3,50 EUR.

Als de dienstverrichter ook materialen nodig heeft, moeten die wel door de werknemer betaald worden: bv. een loodgieter doet een kleine herstelling, maar heeft daarvoor nieuwe buizen nodig - het uurloon van de loodgieter wordt betaald door de werkgever, de kost van de buizen worden door de werknemer betaald.

'Sociale' waarde

Ook voor de sociale zekerheid wordt de waarde van het voordeel forfaitair berekend. Helaas wordt de 'sociale' waarde anders berekend dan de fiscale. De RSZ baseert zich immers op de waarde van een dienstencheque en komt daardoor uit op 8,50 EUR (het is dus niet 100 % gelijk aan de waarde van een dienstencheque die 9,00 EUR kost).

Voor de diensten die in aanmerking komen, verwijst de RSZ trouwens expliciet naar de diensten die je via een PWA- of dienstencheque kan laten uitvoeren.

Is het de moeite?

Het loont zeker de moeite om uw personeel, of uzelf als bedrijfsleider op deze manier te belonen.

Stel dat u een werknemer een 'loonsverhoging' wil geven van 300 EUR:

Als u dat als gewoon loon geeft, zal u dat ongeveer 1.000 EUR kosten, waarvan uw werknemer dus maar een fractie overhoudt (omwille van de sociale lasten die u draagt, en de socialezekerheidsbijdrage en belasting die hijzelf moet betalen).

Als u voor 300 EUR diensten betaalt, is de situatie heel anders. Het kost u slechts 300 EUR. Stel dat de prijs van de dienst 20 EUR per uur bedraagt. In dat geval kan u er 15 uur werk mee betalen. De 'fiscale' waarde daarvan voor de werknemer is 15× 3,50 = 42,50 EUR. De werknemer betaalt dus op 42,50 EUR belasting, terwijl hij voor 300 EUR voordeel geniet (in de vorm van voor hem verrichte diensten).

U doet dus allebei een aanzienlijk voordeel.

Het is vooral ideaal om de beperking van de dienstencheques op te vangen. Het fiscaal voordeel van deze cheques is de laatste jaren immers beperkt: in Vlaanderen is het bedrag waarop de belastingvermindering wordt berekend beperkt en in Wallonië is het aantal cheques dat recht geeft op de vermindering beperkt.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Als een vennootschap betalingen doet aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een belastingparadijs, dan moet ze dat aangeven. De administratie gaf onlangs wat meer inzicht in wat dat precies betekent…, volgens de fiscus althans.