Op weg naar een volwaardig statuut voor de student-ondernemer

Vanaf 2017 komt er een echt statuut voor alle studenten die de stap zetten om aan het ondernemerschap te beginnen. Het toekomstig statuut voorziet een gunstig stelsel van bijdragen in het sociaal statuut van zelfstandigen. De jongeren die hun studies combineren met ondernemen, blijven fiscaal ten laste van hun ouders.

Eind februari 2015 keurde de federale ministerraad het KMO-plan van minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO's, Willy Borsus, goed. Dit plan stelt 40 concrete maatregelen voor om de kmo's in hun ontwikkeling te ondersteunen. Een van die maatregelen gaat over een “statuut van student-ondernemer” voor studenten die een ondernemerschapsproject opstarten.
Op dit moment hebben een aantal hogescholen en universiteiten al een speciaal statuut gecreëerd voor wie studies combineert met een eigen onderneming. Op 1 januari 2017 zal de student-ondernemer een volwaardig statuut krijgen.

Huidig statuut

Een student die begint als zelfstandige, heeft momenteel het statuut van zelfstandige in bijberoep. Als zelfstandige in bijberoep betalen zij geen sociale bijdragen als de jaarlijkse inkomsten lager zijn dan 1.439,42 euro of (verminderde) bijdragen als de jaarlijkse inkomsten liggen tussen 1.439,42 euro en 6.815,52 euro. Als de jaarlijkse inkomsten van de student hoger zijn dan 6.815,52 euro, betaalt men de bijdragen van de zelfstandigen in hoofdberoep (21,5 %) en dit op alle ontvangen inkomsten.
Jobstudenten daarentegen mogen per jaar ruim 7.350 euro verdienen zonder sociale zekerheidsbijdragen te moeten betalen.

Toekomstig statuut

Het toekomstige statuut van student-ondernemer is bedoeld voor de studenten-ondernemers die jonger zijn dan 25 jaar en die reglementair zijn ingeschreven voor de lessen in een onderwijsinstelling om een diploma te behalen dat door een bevoegde autoriteit in België is erkend.

Het nieuwe statuut bestaat uit een gunstig stelsel van bijdragen aan het sociaal statuut van zelfstandigen voor de studenten die inkomsten hebben die lager zijn dan de drempel die van kracht is voor de zelfstandigen in hoofdberoep (13.010,66 euro voor 2016). De studenten-ondernemers zullen vrijgesteld zijn van sociale bijdragen voor de inkomsten onder een bepaalde drempel:

als hun jaarlijkse inkomsten lager zijn dan 6.505,33 euro, betalen ze geen sociale bijdragen. Hierdoor worden ze bijna gelijkgeschakeld met jobstudenten;

op de inkomstenschijf tussen 6.505,33 euro en de beroepsinkomstendrempel van 13.010,66 euro: het tarief van 21% (20,5% vanaf 2018).

Studenten-ondernemers behouden ook rechten op het vlak van gezondheidszorgen als persoon ten laste als de inkomsten lager zijn dan 6.505,33 euro en als titularis indien de student bijdragen betaalt. Bovendien tellen de periodes waarvoor de student (verminderde) bijdragen betaalt mee om rechten te openen in het kader van arbeidsongeschiktheid/invaliditeit/moederschap.

Tot slot zullen de inkomsten uit alternerend leren niet in aanmerking worden genomen als bestaansmiddel van de studenten om fiscaal ten laste te blijven van hun ouders. Leerlingen in een systeem van alternerend leren zijn jongeren die afwisselend op school en op de werkvloer een opleiding volgen en daarvoor een kleine vergoeding krijgen.

Het volwaardige statuut voor de student-ondernemer is voorzien voor 1 januari 2017.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.