Waalse woonbonus anno 2016: woonbonus wordt 'chèque habitat'

Sinds de regionalisering van de personenbelasting zijn de gewesten bevoegd voor de belastingverminderingen voor de ‘eigen woning’. Eerder stonden we al stil bij de wijzigingen die het Vlaams Gewest heeft doorgevoerd. Anno 2016 zijn we zo tot de geïntegreerde Vlaamse woonbonus gekomen. Ook het Waals gewest heeft vanaf 2016 haar wetgeving aangepast: de woonbonus werd vervangen door de chèque habitat.

Voor leningen vanaf 2016

Voor leningen aangegaan tot 2015 blijven de oude regels gelden. De chèque habitat die de Waalse woonbonus vervangt, is van toepassing voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2016.

Voorwaarden

Het stelsel wijkt op verschillende punten af van de vroegere regeling (andere voorwaarden blijven wel gewoon zoals vroeger).

De lening

Het moet gaan om een (i) hypothecaire lening, (ii) met een looptijd van ten minste tien jaar, (iii) die werd gesloten om een woning te verwerven (iv) die gelegen is in het Waals Gewest.

De woning

Deze woning moet (v) de eigen woning van de belastingplichtige zijn en blijven (voor de niet-eigen woning is het gewest immers niet bevoegd, maar de federale overheid) en (vi) bovendien ook de enige woning van de belastingplichtige zijn op 31 december van het leningsjaar (wanneer de woning niet langer de enige woning is, wordt het voordeel gehalveerd).

De belastingplichtige

De belastingplichtige ten slotte moet een jaarlijks netto belastbaar inkomen hebben dat lager is dan 81.000 EUR (deze drempel wordt jaarlijks nagegaan).

Het fiscale voordeel

Ondanks de andere benaming blijft de chèque habitat gewoon een belastingvermindering. De vermindering wordt toegekend vanaf het aanslagjaar volgend op het leningsjaar en kan per belastingplichtige maximaal twintig jaar genoten worden (ongeacht de looptijd van de lening).

De belastingvermindering bestaat uit twee delen: een forfaitair gedeelte en een variabel gedeelte.

Het forfaitair gedeelte is gelijk aan 125 EUR per kind en wordt verdeeld over de twee ouders.

Het variabel gedeelte wordt berekend in functie van het inkomen van de belastingplichtige:

als de belastingplichtige een netto belastbaar inkomen heeft dat lager is dan 21.000 EUR, heeft hij recht op een vermindering van 1.520 EUR;

als de belastingplichtige een netto belastbaar inkomen heeft dat hoger is dan 21.000 EUR, heeft hij slechts recht op een kleinere vermindering: het inkomensgedeelte dat 21.000 EUR overschrijdt, wordt vermenigvuldigd met 1,275 % en het resultaat daarvan wordt afgetrokken van het referentiebedrag (dit is de 1.520 EUR vermindering voor wie een lager inkomen heeft). Hoe hoger het netto belastbaar inkomen, hoe lager het voordeel van de chèque habitat dus wordt.

Het voordeel kan in geen geval hoger zijn dan de som van de uitgaven die tijdens datzelfde jaar zijn betaald.

Voorbeelden

Jean heeft een inkomen van 38.000 EUR. Dat is 17.000 EUR boven 21.000 EUR (bedrag dat op een maximale chèque habtitat recht geeft): 17.000 × 1,275 %= 216,75. Dit resultaat  wordt afgetrokken van het referentiebedrag: 1.520 - 216,75 = 1.303,25. Jean heeft recht op een vermindering van 1.303,25 EUR.

Emma heeft een inkomen van 82.000 EUR. Emma heeft geen recht op de vermindering, omdat haar inkomen de drempel van 81.000 EUR overschrijdt.

De belastingplichtige heeft recht op het volgens deze regels berekende voordeel gedurende de eerste tien jaar. Vanaf jaar elf wordt het voordeel gehalveerd. 

Nieuws

Over de aftrekbaarheid van cateringkosten was er lang discussie. Zijn het kosten van onthaal en dus gedeeltelijk aftrekbaar. Of reclamekosten en 100 % aftrekbaar. De minister stelt zich soepel op. De cateringkosten voor een publicitair event zijn nu volledig aftrekbaar.

Binnenkort kunnen werkgevers tijdelijk een loon betalen dat onder het minimumloon ligt. De nieuwe maatregel voor jongeren zonder werkervaring wordt geďntegreerd in het regelgevend kader van de startbaanovereenkomst. Hoe verloopt de uitbouw van starterjobs voor jongeren in de praktijk?

Het standaardtarief voor de investeringsaftrek voor kmo’s wordt 20 % vanaf aanslagjaar 2019. Verder blijven de percentages voor investeringen gedaan in 2018 (aanslagjaar 2019) hetzelfde als vorig jaar.