Deeleconomie: welk belastingregime?

Diensten in de ‘deeleconomie’, die aangeboden worden via onlineplatformen als Uber en thuisafgehaald.be, kunnen vanaf nu genieten van een bijzonder fiscaal regime. De opbrengsten worden als diverse inkomsten apart belast aan 20 %. Bovendien mag een kostenforfait van 50 % in rekening worden gebracht. Een mooi en gunstig regime. Maar het geldt niet voor iedereen. Een beetje meer uitleg.

Wat is 'deeleconomie'?

Particulieren gebruiken steeds vaker alternatieve methodes om elkaar diensten en goederen aan te bieden of met elkaar goederen en diensten uit te wisselen. Via apps en onlineplatformen als Uber, Airbnb, kapaza, thuisafgehaald.be, enzovoort zoeken consumenten diensten en bieden diverse (particuliere) leveranciers die aan. Heel dit systeem van onderling consumeren wordt wel eens aangeduid als de 'deeleconomie'.

Hoe het precies zat met de fiscale behandeling van de inkomsten die particulieren hiermee realiseren (bv. door een slaapplaats aan te bieden, tweehandsspullen te verkopen) bleef erg onduidelijk. De wetgever heeft daar nu voor het eerst een (helaas slechts gedeeltelijke) oplossing voor.

Fiscale behandeling: reëel tarief van 10 % op inkomsten op eerste schijf van 5.000 EUR

De inkomsten die een particulier haalt uit de diensten die hij via zo'n platform verleent, worden beschouwd als diverse inkomsten. Voor deze categorie van diverse inkomsten wordt bovendien een apart tarief ingevoerd van 20 %. Omdat van de bruto-inkomsten een kostenforfait van 50 % mag worden afgetrokken, komt dat in feite neer op een tarief van 10 %.

Voorbeeld

Jan haalt een inkomen uit het verlenen van diensten aan andere particulieren. Hij verdient hiermee op een jaar 2.000 EUR. Hiervan mag hij 50 % of 1.000 EUR als kost aftrekken. Op het saldo (1.000 EUR) betaalt hij 20 % belastingen = 200 EUR. Uiteindelijk betaalt hij dus 10 % van zijn inkomsten (200 EUR) als belasting.

Let op: enkel het kostenforfait is toegelaten. Het is niet toegelaten om de werkelijke beroepskosten te bewijzen.

De regeling geldt enkel voor zover de inkomsten de 5.000 EUR (geïndexeerd bedrag, basisbedrag: 3.255 EUR) niet overschrijden. Als de drempel wel overschreden wordt, worden alle inkomsten als beroepsinkomsten beschouwd. Pas dus goed op: als u de drempel overschrijdt, verliest u de volledige toepassing van dit bijzonder regime. Ook de eerste 5.000 EUR wordt dan gewoon als beroepsinkomen belast aan de progressieve tarieven.

Nog een waarschuwing: voor 2016 bedraagt de drempel slechts 2.500 EUR omdat de regeling pas op 1 juli in werking trad.

Voorwaarden

De diensten mogen enkel aan andere particulieren geleverd worden. Wie diensten verleent aan iemand die ze voor zijn beroep gebruikt, komt dus niet in aanmerking.

De diensten moeten ook verschillen van de activiteiten die de dienstverrichter eventueel als zelfstandige ontplooit in zijn beroepsactiviteit. Belangrijk om te weten is dat deze beperking enkel geldt voor zelfstandigen. Werknemers mogen wel diensten aanbieden die verband houden met hun gewone beroepsactiviteit. Zo mag een kok die als zelfstandige een restaurant exploiteert geen maaltijden leveren onder dit regime, terwijl een kok die als werknemer in dienst is dat wel zou kunnen.

Enkel wie via een erkend platform werkt, kan trouwens beroep doen op de bijzondere regeling. Zowel het aanbieden van de diensten als de betalingen gebeuren via het platform. Het platform zal ook de belasting bij wijze van voorheffing inhouden. Dit houdt ook in dat wie de diensten zowel aanbiedt via het platform als via een eigen website, het regime niet mag toepassen.

Wat wel en wat niet: het is niet zo makkelijk als het lijkt!

Helaas heeft de wetgever maar een halve oplossing uitgewerkt, want er zijn heel wat activiteiten (in de deeleconomie) die toch niet onder deze nieuwe regeling vallen.

Diensten als tuinonderhoud en muziekles vallen zeker onder de regeling.

Helaas heeft de wetgever twee belangrijke types van activiteiten expliciet uit het toepassingsgebied uitgesloten. En dat zijn net twee activiteiten die erg populair zijn in de deeleconomie: het leveren van goederen en de verhuur.

Leveren van goederen

We hebben het hier niet over het occasioneel verkopen van tweedehandsgoederen via een site als kapaza, ebay of tweedehands.be. Deze vallen immers sowieso onder het normaal beheer van het privévermogen en worden niet belast.

Voor wie maaltijden levert kan het lastiger zijn: is dat de levering van een goed? U mag gerust zijn. Wie een maaltijd bereidt en die levert (zoals thuisafgehaald.be) valt er wel onder.

Verhuur

Inkomsten uit een verhuur zijn roerende of onroerende inkomsten. Het ter beschikking stellen van een kamer via Airbnb valt dus in principe niet onder dit nieuwe regime. We kunnen er wel een kleine nuance bij maken: wie naast de verhuring van de kamer ook andere bijkomende diensten levert, komt voor die bijkomende diensten  (ontbijt, schoonmaken) wel weer in het toepassingsgebied terecht. Om discussie te vermijden wordt het aandeel van die bijkomende diensten in de totale prijs van de kamer forfaitair op 20 % bepaald. Weet wel dat het forfait niet van toepassing is (i) als er geen bijkomende diensten worden aangeboden maar enkel een kamer wordt verhuurd = valt volledig buiten de  nieuwe regeling of (ii) als de bijkomende diensten apart worden aangerekend = de aparte diensten vallen wel onder het toepassingsgebied, de verhuur niet.

Nieuws

Over de aftrekbaarheid van cateringkosten was er lang discussie. Zijn het kosten van onthaal en dus gedeeltelijk aftrekbaar. Of reclamekosten en 100 % aftrekbaar. De minister stelt zich soepel op. De cateringkosten voor een publicitair event zijn nu volledig aftrekbaar.

Binnenkort kunnen werkgevers tijdelijk een loon betalen dat onder het minimumloon ligt. De nieuwe maatregel voor jongeren zonder werkervaring wordt geďntegreerd in het regelgevend kader van de startbaanovereenkomst. Hoe verloopt de uitbouw van starterjobs voor jongeren in de praktijk?

Het standaardtarief voor de investeringsaftrek voor kmo’s wordt 20 % vanaf aanslagjaar 2019. Verder blijven de percentages voor investeringen gedaan in 2018 (aanslagjaar 2019) hetzelfde als vorig jaar.