Plastische chirurgie niet langer van btw vrijgesteld

Medische diensten van dokters, verplegers en ziekenhuizen zijn van btw vrijgesteld. Sinds 1 januari 2016 geldt deze vrijstelling evenwel niet langer voor esthetische ingrepen. Deze worden nu wel aan btw onderworpen. Om de overgang van vrijstelling naar btw makkelijker te maken, werd er wel een overgangsmaatregel uitgewerkt.

Algemene regel: medische diensten zijn vrijgesteld

Diensten door artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, vroedvrouwen, verplegers en verpleegsters, verzorg(st)ers en ziekenopass(t)ers verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid zijn van btw vrijgesteld.

Met artsen en tandartsen wordt bedoeld personen die in overeenstemming met de wetten betreffende de geneeskunde deze job in België mogen uitoefenen. Iemand die illegaal een medisch beroep uitoefent, kan zich dus niet op de vrijstelling beroepen.

De vrijstelling geldt ook voor homeopaten, accupuncturisten, osteopaten en podologen, maar enkel voor zover zij de titel van arts hebben. Ook logopedisten, ergotherapeuten en diëtisten kunnen onder bepaalde voorwaarden van de vrijstelling genieten.

Diensten die enkel lichaamsverzorging tot voorwerp hebben vallen niet onder de vrijstelling, het gaat dan o.a. om orthopedisten, bandagisten, manicure en pedicure.

Ook ziekenhuizen, psychiatrische inrichtingen, klinieken en dispensaria vallen onder de vrijstelling. Zij kunnen een heel scala diensten vrij van btw aanbieden: onderzoek, verzorging, voeding, levering van geneesmiddelen en prothesen aan patiënten van de instelling, verschaffen van onderdak.

Bijzonder: esthetische ingrepen door artsen kunnen niet langer van de vrijstelling genieten

De hierboven beschreven vrijstelling geldt niet langer als de dienst van de arts of het ziekenhuis een behandeling met een louter esthetisch karakter is. Hetzelfde geldt voor de ermee verbonden ziekenhuisverpleging en de medische verzorging.

Met ingrepen en behandelingen met een louter esthetisch karakter, wordt bedoeld: behandelingen die niet zijn opgenomen in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, of behandelingen die wel opgenomen zijn in de nomenclatuur, maar niet in aanmerking komen voor de terugbetaling van het RIZIV.

Het gaat bovendien om ingrepen met een louter esthetisch doel. De nadruk ligt dus op het 'louter esthetisch' doel. Ingrepen die ook een therapeutisch of reconstructief doel hebben, of die een functioneel ongemak wegnemen, blijven gewoon onder de vrijstelling vallen. Om te bepalen of een ingreep een therapeutisch doel heeft, wordt er niet gekeken naar psychische aspecten: dat de patiënt zich na de behandeling beter in zijn vel voelt, maakt de behandeling nog niet therapeutisch.

De nieuwe regels gelden enkel voor artsen, verpleegkundigen en ziekenhuizen en niet voor tandartsen of kinesitherapeuten. Orthodontie is dus nog steeds van btw vrijgesteld, ook al heeft deze een louter esthetisch karakter.

Overgangsmaatregel

De artsen en ziekenhuizen die louter esthetische ingrepen doen, moeten zich nu dus in principe voor btw-doeleinden registreren. Hiervoor hebben ze tijd tot 31 maart 2016.

Bovendien kunnen ze nog tot 30 juni 2016 ingrepen doen vrijgesteld van btw als ze uiterlijk op 29 februari 2016 met de patiënt een overeenkomst hebben gesloten om de ingreep te verrichten op een welbepaalde datum en de ingreep effectief uitvoeren tegen uiterlijk 30 juni 2016.

Nieuws

Weldra is het zover: de jaarlijkse nationale invuloefening. Hoewel veel posten al vooraf ingevuld zijn, blijft het toch een moeilijke opdracht. Fiscale regelingen worden afgeschaft, maar blijven doorlopen voor het verleden; er komen nieuwigheden bij en dat alles maakt de aangifte elk jaar ingewikkelder. Waar moet u dit jaar op letten?

Salariswagens kennen een bijzonder belastingstelsel op het vlak van btw. Een bijzonder ingewikkeld stelsel bovendien. Toen Covid-19 onze manier van werken overhoop haalde, kende de fiscus toleranties toe. Die worden in 2022 teruggedraaid, maar om dat mogelijk te maken, is een nieuwe tolerantie nodig.

Wie samen met een andere persoon eigenaar is van een onroerend goed kan een einde maken aan die mede-eigendom door uit onverdeeldheid te treden. Het verdeeldrecht bedraagt, afhankelijk van de ligging van het onroerend goed, 2,5% in Vlaanderen of 1% in de beide andere gewesten. Bent u echter mede-eigenaar, samen met uw eigen vennootschap, dan betaalt u een verkooprecht van 12% of 12,5%. Waarom is dat?