Jaarrekening: sociale balans geen onderdeel meer van de toelichting

De sociale balans wordt voortaan voor alle vennootschappen als een afzonderlijk document gevraagd. Ze vormt geen onderdeel meer van de toelichting bij de jaarrekening in het volledig schema en in het verkort schema. Dit is een gevolg van de omzetting van de Europese boekhoudrichtlijn in Belgisch recht.

De jaarrekening bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting. De toelichting omvatte ook de sociale balans. Dit is een instrument waarmee de ondernemingen rapporteren over hun werkgelegenheid, over hun inspanningen betreffende opleiding en over de uitwerking in hun onderneming van de verschillende werkgelegenheidmaatregelen van de overheid.

Sociale balans als een afzonderlijk document

Volgens de boekhoudrichtlijn kan de sociale balans een bestanddeel van de jaarrekening volgens het volledige schema blijven. Maar voor kleine en microvennootschappen die respectievelijk een verkort schema of een microschema mogen neerleggen, mag de sociale balans volgens deze richtlijn geen deel meer van de jaarrekening uitmaken.
Voortaan wordt de sociale balans voor alle vennootschappen als een afzonderlijk document opgevraagd. Alle vennootschappen moeten apart een sociale balans opstellen en neerleggen bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België, tenzij zij ervoor kiezen om deze informatie vrijwillig in hun jaarrekening op te nemen. Dit moet gebeuren binnen de 30 dagen nadat de jaarrekening is goedgekeurd en ten laatste 7 maanden na de afsluiting van het boekjaar door toedoen van de bestuurders of zaakvoerders.

Wanneer een onderneming klein is en haar jaarrekening volgens het verkort schema of het microschema heeft opgemaakt en openbaar gemaakt, moet zij aan de ondernemingsraad wel een jaarrekening volgens het volledig schema én een sociale balans volgens het meest uitgebreide schema meedelen. Deze meegedeelde jaarrekening en sociale balans moeten ook aan de algemene vergadering worden meegedeeld.

Inhoud sociale balans

Aan de inhoud van de sociale balans wordt niet geraakt. De sociale balans moet gegevens over het personeelsbestand vermelden en in het bijzonder een staat van de tewerkgestelde personen met uitsplitsing tussen enerzijds de personen waarvoor de vennootschap een DIMONA-verklaring heeft ingediend bij de RSZ of de werknemers ingeschreven in het algemeen personeelsregister; en anderzijds de uitzendkrachten en de ter beschikking van de vennootschap gestelde personen.

De sociale balans bevat ook een tabel van de personeelsbewegingen tijdens het boekjaar en een staat met inlichtingen over de opleidingsactiviteiten gevolgd door de werknemers, waarvan de kost geheel of gedeeltelijk ten laste is van de werkgever.

De opleidingen splitsen zich op in voortgezette (formele of informele) beroepsopleidingen en initiële beroepsopleidingen. Onder voortgezette beroepsopleiding verstaat men de opleiding gevolgd door één of meerdere personeelsleden, die op voorhand gepland is en als doel heeft de kennis van de werknemers te vergroten of de vaardigheden van de werknemers te verbeteren. Onder initiële beroepsopleiding verstaat men de opleiding gegeven aan personen in de onderneming tewerkgesteld in kader van de systemen van alternerend leren en werken en met als doel het behalen van een diploma of van een officieel certificaat.

Kleine vennootschappen kunnen de sociale balans opstellen volgens een verkort schema.

Nieuws

Sinds dit jaar kunt u kiezen om een hoger bedrag te pensioensparen, tot 1.230 euro. Als u daarvoor kiest, krijgt u relatief wel een lager voordeel. De vermindering zakt van 30 % tot 25 % van het gespaarde bedrag. U moet er dus wel goed over nadenken. En er uitdrukkelijk voor kiezen.

Een goederenvervoersdienst vindt normaal gezien plaats in het land waarin de ontvanger van de dienst gevestigd is. Als het vervoer volledig binnen BelgiŽ, of volledig buiten de EU plaatsvindt, geldt de use and enjoyment-regel. Dan is de plaats van de dienst, de plaats van het werkelijk gebruik.

Sinds 15 juli kunt u onbelast bijverdienen tot 6.130 euro per jaar, met een maximum van 510,83 euro per maand. Let op het gaat om bij-verdienen. Dit fiscaal gunstregime telt enkel voor wie al een hoofdberoep heeft, en voor gepensioneerden.