De Vlaamse woonbonus anno 2016

Sinds de personenbelasting gedeeltelijk is geregionaliseerd, zijn de gewesten bevoegd voor de belastingvermindering voor woonleningen voor de eigen woning van de belastingplichtige. Vlaanderen had al van de mogelijkheid gebruik gemaakt om de regels aan te passen voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2015. Ondertussen heeft het Vlaams Gewest opnieuw aan het systeem gesleuteld voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2016. Dit nieuw systeem wordt aangeduid als de geïntegreerde Vlaamse woonbonus.

Situering

In deze bijdrage gaat het enkel over de geïntegreerde Vlaamse woonbonus voor leningen afgesloten sinds 1 januari 2016 voor de eigen woning van de belastingplichtige, die op 1 januari van het aanslagjaar inwoner is van het Vlaams Gewest. Als één van deze elementen niet klopt, is er een andere regeling van toepassing:

enkel de 'woonbonus' blijft over: Vlaanderen kent geen belastingvoordeel voor langetermijnsparen meer toe voor leningen vanaf 2016;

de lening moet afgesloten zijn vanaf 1 januari 2016: voor vroegere leningen gelden andere regimes;

het moet gaan om de eigen woning: voor de niet-eigen woning heeft de belastingplichtige eventueel recht op de federale woonbonus;

de belastingplichtige moet inwoner zijn van het Vlaams Gewest op 1 januari van het aanslagjaar: als hij inwoner is van het Waals Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat respectievelijk gewest bevoegd voor de woonbonus (zelfs als de eigen woning in Vlaanderen ligt).

Grootste vernieuwing: woning moet niet langer de enige woning zijn

De belangrijkste nieuwigheid van de geïntegreerde Vlaamse woonbonus is dat de woning waarvoor de lening wordt aangegaan niet langer de enige woning van de belastingplichtige moet zijn op 31 december van het jaar waarin de lening is aangegaan. Aangezien het gaat om een gewestelijke bonus blijft het natuurlijk wel vereist dat de woning de eigen woning van de belastingplichtige is.

Bedrag van de vermindering blijft hetzelfde

Aan de andere essentiële elementen verandert er niet zo veel ten opzichte van de regeling voor de leningen afgesloten vanaf 1 januari 2015. Dit betekent dat de belastingvermindering wordt berekend aan een vast tarief van 40 %. Dit percentage wordt toegepast op een maximumbedrag van 1.520 EUR. Ook de verhoging van de basissom met 760 EUR tijdens de eerste tien jaar blijft bestaan. Om recht te hebben op de verhoging, blijft wel de voorwaarde bestaan dat de woning de enige woning is van de belastingplichtige op 31 december van het jaar waarin de lening werd afgesloten.

Ook de verhoging van 80 EUR voor wie drie of meer kinderen ten laste heeft, blijft bestaan.
De interestbetalingen en kapitaalaflossingen komen slechts in aanmerking voor de geïntegreerde woonbonus voor zover  de lening gewaarborgd is door een hypothecaire inschrijving.

Levensverzekering

Ook de betaalde premies voor individuele levensverzekeringen die zijn gekoppeld aan de lening, geven nog steeds recht op de belastingvermindering, maar enkel voor het gedeelte dat wordt aangewend voor het weder samenstellen van het hypothecaire gedeelte van de lening.

Nieuw op gebied van de levensverzekeringen is dat de belastingplichtige niet meer helemaal vrij is bij het aanduiden van de begunstigde van de verzekering. De keuze wordt beperkt tot: (i): de personen die bij het overlijden de volle eigendom of het vruchtgebruik van de woning verwerven of (ii) de echtgenoot of bloedverwanten tot de tweede graad van de overledene ten belope van het verzekerde kapitaal dat niet dient tot de wedersamenstelling van de hypothecaire lening.

Geïntegreerde woonbonus combineren met oudere woonbonussen?

Als u in 2016 een nieuwe lening heeft afgesloten voor een woning waarvoor nog een oude lening liep, moet u kiezen voor één van beide.
Ofwel blijft u genieten van uw oude bonus voor uw lopende lening, maar kan u niet genieten van de geïntegreerde woonbonus voor de nieuw afgesloten lening. U hoeft daar niet onmiddellijk voor te kiezen: u kan voorlopig de oude woonbonus blijven toepassen en later pas overschakelen naar de geïntegreerde woonbonus.
Ofwel kiest u ervoor de geïntegreerde woonbonus toe te passen voor de nieuw afgesloten lening, maar dan geeft u de oude woonbonus voor de lopende lening op. Let wel op: eens u voor de nieuwe geïntegreerde woonbonus heeft gekozen, kan u op een later tijdstip niet meer teruggaan naar uw oude woonbonus.

Echtgenoten en wettelijk samenwonenden (waarvoor een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd) moeten dezelfde keuze maken.

Een bijzonder geval: de zorgwoning

Een zorgwoning is een 'ondergeschikte wooneenheid' die men  voorziet in een bestaande woning voor een hulpbehoevende of bejaarde persoon (meestal de ouders of grootouders van de belastingplichtige). Op deze manier heeft de hulpbehoevende toch privacy in een eigen deel van de woning, maar zijn de zorgverleners vlakbij. In principe wordt dit deel van de woning evenwel als een niet-eigen woning beschouwd, waarvoor de belastingplichtige dus geen recht heeft op de Vlaamse woonbonus. Volgens de strikte regels zou de belastingplichtige zijn fiscaal voordeel moeten opdelen in een Vlaamse woonbonus (voor het deel van de woning waar hij zelf woont met zijn gezin) en een federale woonbonus (het zorgwoning-gedeelte).

In Vlaanderen wil de decreetgever 'zorgwonen' evenwel promoten. Daarom beschouwt de Vlaamse administratie de hele woning inclusief het zorgwoning-gedeelte als de eigen woning, omdat de zorgwoning beperkt is in volume en fysiek één gedeelte vormt met de rest van de woning. De Vlaamse woonbonus kan dus voor héél de woning worden toegepast.

Nieuws

De Vlaamse erfbelasting kent net als de andere gewesten een bijzonder tarief als er een onderneming in de nalatenschap zit. Het tarief op de overdracht na overlijden (maar ook bij schenking) bedraagt voor familiale ondernemingen slechts 3%. Patrimoniumvennootschappen zijn uitgesloten maar zij kunnen bewijzen dat zij toch als familiale onderneming kwalificeren.

Het UBO-register (Ultimate Beneficial Owner) werd in 2017 in de Belgische wetgeving ingevoerd. De wet trad in werking op 30 september 2019 en sinds 1 januari 2020 kan u ook effectief een boete oplopen als u niet de vereiste informatie opneemt in het register. Een recent koninklijk besluit moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van die info verbetert.

Als u BTW betaalt op verrichtingen die betrekking hebben op een niet-BTW activiteit, dan is die BTW niet aftrekbaar. Bijvoorbeeld als uw economische activiteit bestaat uit de verkoop van grond, dan is de BTW op uw publiciteitsfactuur niet aftrekbaar. Maar wat als de verkoop van de grond ondergeschikt is aan de verkoop (met BTW) van het nieuw opgerichte gebouw?