De geïndexeerde loonbedragen voor 2016

De geldigheid van verschillende bedingen in arbeidscontracten wordt bepaald door loonbedragen die jaarlijks worden geïndexeerd. De nieuwe loonbedragen van toepassing vanaf 1 januari 2016, zijn op 4 november 2015 in het Belgisch Staatsblad verschenen.

De geïndexeerde loongrenzen

De loongrenzen in de Arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 worden elk jaar aangepast. Of de loongrenzen zijn bereikt voor de geldigheid van het scholingsbeding, het niet-concurrentiebeding en het scheidsrechterlijk beding, kijkt men naar het bruto-jaarloon van de werknemer. Het bruto-jaarloon is het bruto-maandloon vermenigvuldigd met 12 en vermeerderd met de eindejaarspremie, het variabel loon, het vakantiegeld en alle voordelen die in de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd.

Vanaf 1 januari 2016 bedragen de geïndexeerde loongrenzen:

33.221 euro in plaats van 33.203 euro (2015)

66.441 euro in plaats van 66.406 euro (2015)

Geldigheid scholingsbeding

Het scholingsbeding is een beding waarbij uw werknemer, die tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een specifieke vorming volgt op uw kosten, zich ertoe verbindt om een gedeelte van de vormingskosten aan u terug te betalen als hij/zij de onderneming verlaat voor het einde van de overeengekomen periode.

De toepassing van het scholingsbeding is onderworpen aan bepaalde geldigheidsvoorwaarden. Zo moet het jaarloon van de betrokken werknemer hoger zijn dan 33.221 euro. Wanneer de voorwaarden niet zijn vervuld, wordt het scholingsbeding als onbestaand beschouwd en heeft het geen juridische gevolgen.

Geldigheid niet-concurrentiebeding

Het niet-concurrentiebeding is een beding waarbij uw werknemer zich ertoe verbindt om, bij zijn vertrek, geen soortgelijke onderneming uit te baten of in dienst te treden bij een concurrerende werkgever waardoor hij uw onderneming nadeel kan berokkenen door de kennis die eigen is aan uw onderneming en die hij bij u heeft verworven, te gebruiken.

Het niet-concurrentiebeding is maar geldig als het betrekking heeft op een arbeidsovereenkomst waarin het bruto-jaarloon bij de verbreking van de overeenkomst meer bedraagt dan 33.221 euro.
Bovendien moeten we een onderscheid maken tussen verschillende categorieën van werknemers.
Ligt het bruto-jaarloon tussen 33.221 en 66.441 euro, dan is het beding maar geldig wanneer een collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten (op sectoraal of ondernemingsvlak) die de functies aanduidt waarvoor een niet-concurrentiebeding kan worden toegepast.
Bedraagt het bruto-jaarloon meer dan 66.441 euro, dan is het beding altijd geldig tenzij voor de functies die bij collectieve arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten.
Voor handelsvertegenwoordigers kan u een concurrentiebeding opstellen van zodra zij een jaarloon hebben van meer dan 33.221 euro.

Geldigheid scheidsrechterlijk beding

Een scheidsrechterlijke beding is een clausule in de arbeidsovereenkomst waarin de werkgever en de werknemer afspreken om geschillen met betrekking tot de arbeidsovereenkomst voor te leggen aan scheidsrechters (arbiters) in plaats van aan de arbeidsrechtbank.

Dergelijk beding is alleen wettelijk voor werknemers met een jaarloon van meer dan 66.441 euro die belast zijn met het dagelijks beheer van de onderneming of die in een afdeling of bedrijfseenheid beheersverantwoordelijkheid hebben die kan worden vergeleken met een beheersverantwoordelijkheid voor de hele onderneming.

Geldigheid opzeggingstermijnen

De jaarloongrenzen spelen in principe geen rol meer voor het bepalen van de opzeggingstermijnen. Door de invoering van het eenheidsstatuut zijn die opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden sinds 1 januari 2014 uniform. De termijnen zijn uitsluitend gebaseerd op het aantal dienstjaren. De hoogte van het loon is irrelevant.
Voor de arbeidsovereenkomsten die al lopende waren bij de invoering van het eenheidsstatuut, is de opzeggingstermijn voor de periode tot en met 31 december 2013 vastgeklikt. Voor de berekening van het eerste deel van de opzeggingstermijn blijven de loonbedragen zoals geldig in 2013 wel belangrijk.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Als een vennootschap betalingen doet aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een belastingparadijs, dan moet ze dat aangeven. De administratie gaf onlangs wat meer inzicht in wat dat precies betekent…, volgens de fiscus althans.