Opeisbaarheid btw: weer wijzigingen vanaf 2016?

De regels in verband met de opeisbaarheid, en daarmee samenhangend de aftrekbaarheid, van de btw zijn de laatste jaren ettelijke malen gewijzigd. Sinds begin 2015 is het moment van de levering, de voltooiing van de dienst of de (gedeeltelijke) betaling doorslaggevend. Dat blijft echter in de praktijk voor moeilijkheden zorgen. Daarom zal de regelgeving vanaf 1 januari 2016 allicht opnieuw veranderen. De regering heeft al een voorontwerp van wet klaar.

Op dit moment: levering, voltooiing dienst of betaling

De regelgeving zoals ze geldt vanaf 1 januari 2015, bepaalt het moment van de opeisbaarheid op...

het moment van de levering van de goederen;

het moment van de voltooiing van de dienst;

het moment van de (gedeeltelijke) betaling als die al eerder heeft plaatsgevonden.

Vanaf deze datum is de btw opeisbaar en kan de klant de btw aftrekken. Ook al beschikt hij nog niet over een factuur.

Dit betekent dat de datum van de factuur op zich in principe niet van belang is. Er bestaan hierop evenwel heel wat uitzonderingen: 'administratieve toleranties'. De precieze regels worden o.a. beïnvloed door (i) de vraag of de klant een andere belastingplichtige (B2B) of een consument (B2C) is en (ii) of de factuur meer of minder dan zeven dagen voor het belastbaar feit wordt uitgereikt.

Vanaf 1 januari 2016: factuurdatum

De nieuwe plannen van de regering komen hier op terug. De factuurdatum zal opnieuw hét moment van opeisbaarheid bepalen.

Dat betekent dat vanaf 2016 één van de volgende data doorslaggevend zal zijn:

de factuurdatum;

de datum waarop er een voorschot wordt betaald, maar enkel als deze betaling plaatsvindt voor de levering of de voltooiing van de dienst. Let dus op: als de betaling gebeurt NA de levering/voltooiing van de dienst, maar VOOR de factuur wordt uitgereikt, blijft de factuurdatum doorslaggevend en niet de betaling.

De factuur moet worden uitgereikt uiterlijk de vijftiende dag van de maand volgend op de maand van de levering/voltooiing dienst. Wordt de factuur niet tijdig uitgereikt, dan is de datum waarop ze had moeten worden uitgereikt van belang: de handeling moet worden opgenomen in de btw-aangifte over het tijdvak waarin de factureringstermijn verstrijkt.

Voor intracommunautaire verrichtingen gelden er andere regels.

Bijzonder geval: diensten/goederen voor de overheid (B2G)

Voor diensten/goederen geleverd aan de overheid wordt de btw pas opeisbaar als (een deel van) de betaling wordt ontvangen.

Nota Bene: al wel plannen, nog geen wet

Momenteel zijn deze plannen nog in de fase van een voorontwerp van wet. De kans is echter groot dat deze regels wel degelijk wet zullen worden vanaf begin volgend jaar. We houden u sowieso op de hoogte.

Nieuws

Sinds 1 januari 2022 geldt er in het Vlaams gewest, bij overdracht van een niet-residentieel gebouw, een verplichting om het gebouw te “renoveren”. Dit betekent dat bepaalde installaties moeten vervangen worden binnen de 5 jaar na de overdacht. Daarnaast moeten de gebouwen voldoen aan enkele minimale energievereisten, ook binnen de 5 jaar na de overdracht.

Eind 2021 pakte de wetgever uit met een wet die onze mobiliteit moet vergroenen door enerzijds de fiscale aftrek van voertuigen op fossiele brandstoffen af te schaffen, en door anderzijds de investeringen in verplaatsingen zonder C02-uitstoot aan te moedigen. Zo genieten ondernemingen een verhoogde aftrek voor de installatie van laadpalen. Particulieren hebben recht op een belastingvermindering. Maar hoe zit het met het btw-aspect van die laadpalen?

Als een vennootschap betalingen doet aan personen of vaste inrichtingen gevestigd in een belastingparadijs, dan moet ze dat aangeven. De administratie gaf onlangs wat meer inzicht in wat dat precies betekent…, volgens de fiscus althans.