Maaltijdcheques: welke nieuwe regels komen er aan?

De maaltijdcheque blijft een populair extralegaal voordeel in België, het is namelijk voor de ontvanger een fiscaal interessante aanvulling op zijn loon. Omdat er enkele wijzingen in het systeem op stapel staan (afschaffing papieren maaltijdcheques, verhoging aftrekbaarheid bij werkgever), zetten we alle regels nog eens op een rij. Daarna kijken we naar de toekomst van deze verloningsvorm. Enkele van deze maatregelen werden nog niet in wetteksten gegoten, maar al wel door de regering aangekondigd.

Maaltijdcheque: in principe belastbaar, maar vrijgesteld als voorwaarden worden nageleefd

Een maaltijdcheque is in principe een deel van het loon van de belastingplichtige en zou dus belast moeten worden en in aanmerking moeten komen voor  de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. Gelukkig heeft de wetgever een uitzondering in de wet gezet: als alle voorwaarden van artikel 38/1 WIB92 worden  gerespecteerd is de maaltijdcheque een  vrijgesteld sociaal voordeel.

Dit heeft twee belangrijke gevolgen:

voor de werknemer: hij wordt niet belast op het voordeel en moet er geen socialezekerheidsbijdragen op betalen. Zijn aandeel is beperkt tot de wettelijk voorgeschreven van 1,09 euro per ontvangen maaltijdcheque;

voor de werkgever: hij mag de kost van de maaltijdcheque niet volledig als beroepskost aftrekken, de aftrek wordt beperkt tot 1 euro per cheque (dit wordt vanaf 1 januari 2016 opgetrokken tot 2 euro per cheque).

De voorwaarden

Al deze voorwaarden moeten worden nageleefd:

de maaltijdcheque mag geen vervanging zijn van de bezoldiging, premies, voordelen van alle aard of van enig andere vergoeding;

het toekennen van de maaltijdcheques moet worden afgesproken in een cao, of indien een cao niet mogelijk is via een geschreven individuele overeenkomst;

de maaltijdcheque moet gelijk zijn  voor de bedrijfsleiders en alle werknemers van de onderneming;

er wordt één maaltijdcheque toegekend per gepresteerde arbeidsdag;

de maaltijdcheques worden op naam van de bedrijfsleider of werknemer afgeleverd;

de maaltijdcheques hebben een geldigheidsduur van minimum twaalf maanden;

de maaltijdcheques kunnen enkel worden aangewend om een eetmaal of verbruiksklare voeding aan te kopen;

de werkgeversbijdrage mag maximum 5,91 euro per maaltijdcheque bedragen (vanaf 1 januari 2016: 6,91 euro);

de werknemers draagt 1,09 euro bij per maaltijdcheque.

Als de voorwaarden niet gerespecteerd worden, zijn de maaltijdcheques:

bij de werknemer belastbaar als loon;

bij de werkgever volledig aftrekbaar als beroepskost.

Wat brengt de toekomst (1): enkel nog elektronische maaltijdcheques

De papieren maaltijdcheque wordt afgeschaft vanaf 1 januari 2016. Dat betekent concreet dat de laatste papieren maaltijdcheques kunnen worden uitgekeerd tot uiterlijk 30 september 2015. Deze papieren maaltijdcheques kunnen dan tot ten laatste 31 december 2015 door de ontvangende werknemer worden gebruikt om voedingswaren mee te kopen. Vanaf 1 januari 2016 mogen er geen papieren maaltijdcheques meer circuleren: betalen kan dan enkel nog met de elektronische maaltijdcheque.

Wat brengt de toekomst (2): werkgevers mogen 2 euro per cheque aftrekken

De werkgevers gaan er op vooruit: zij zullen allicht vanaf 1 januari 2016 per maaltijdcheque twee euro als beroepskost mogen aftrekken (tot nu toe was dat maar één euro).

Wat brengt de toekomst (3): maaltijdcheques van 8 euro?

Er zijn echter ook plannen om het voordeel voor de werknemers te vergroten: de maximumbijdrage van de werkgevers zou worden verhoogd tot 6,91 euro. Als dat gebeurt, kan het maximumbedrag van de maaltijdcheque van 7 tot 8 euro stijgen (6,91 werkgeversbijdrage + 1,09 werknemersbijdrage = 8 euro).

Deze laatste twee wijzigingen ((2) en (3)) moeten evenwel nog concreet in wetteksten worden gegoten.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.