Hoe en wanneer voorafbetalen in afwijkende boekjaren: vennootschappen die hun boekhouding niet per kalenderjaar voeren

De fiscus schrijft voor wanneer ondernemingen hun voorafbetalingen moeten doen. Voor vennootschappen die hun boekhouding voeren per kalenderjaar zijn die data 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december. Deze data kunnen wel één of twee dagen verschuiven als ze op een zaterdag, zondag of feestdag vallen (dit jaar valt 10 oktober op een zaterdag en wordt de vervaldatum 12 oktober). In dit artikel staan we echter stil bij vennootschappen die hun boekhouding niet per kalenderjaar voeren.

Het gaat hier om vennootschappen waarvan het boekjaar wel twaalf maanden duurt, maar waarvan het niet loopt van 1 januari tot 31 december, maar bv. van 1 april tot 31 maart, of van 1 juli tot 30 juni.

Indien het boekjaar niet aanvangt op de eerste dag van een maand, wordt die maand niet meegeteld, als het boekjaar niet eindigt op de laatste dag van een maand, wordt die maand voor een volle geteld. Een boekjaar kan bv. ook lopen van 16 juli 2014 tot 15 juli 2015 of van 23 april 2015 tot 22 april 2016.

De betalingen moeten gebeuren uiterlijk de tiende dag van de vierde, de zevende en de tiende maand, en de twintigste dag van de laatste maand van het boekjaar. Ook hier geldt dat als de vervaldatum op een zaterdag, zondag of feestdag valt, de uiterste datum verschuift naar de eerstvolgende werkdag.

Voorbeeld 1

Het boekjaar van nv X loopt van 1 maart 2015 tot 29 februari 2016. X moet ten laatste voorafbetalen op:

VA1: 10 juni 2015;

VA 2: 10 september 2015;

VA3: 10 december 2015;

VA4: 20 februari 2016.

Voorbeeld 2

Het boekjaar van nv Y loopt van 19 mei 2015 tot 18 mei 2016. Het boekjaar begint niet op de eerste van de maand, dus mei 2015 telt niet mee. Het boekjaar eindigt niet op de laatste dag van de maand, dus mei 2016 wordt wel volledig meegeteld.
De nv Y moet op de volgende data voorafbetalen:

VA1: 10 september 2015;

VA2: 10 december 2015;

VA3: 10 maart 2016;

VA4: 20 mei 2016.

Nieuws

De Vlaamse erfbelasting kent net als de andere gewesten een bijzonder tarief als er een onderneming in de nalatenschap zit. Het tarief op de overdracht na overlijden (maar ook bij schenking) bedraagt voor familiale ondernemingen slechts 3%. Patrimoniumvennootschappen zijn uitgesloten maar zij kunnen bewijzen dat zij toch als familiale onderneming kwalificeren.

Het UBO-register (Ultimate Beneficial Owner) werd in 2017 in de Belgische wetgeving ingevoerd. De wet trad in werking op 30 september 2019 en sinds 1 januari 2020 kan u ook effectief een boete oplopen als u niet de vereiste informatie opneemt in het register. Een recent koninklijk besluit moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van die info verbetert.

Als u BTW betaalt op verrichtingen die betrekking hebben op een niet-BTW activiteit, dan is die BTW niet aftrekbaar. Bijvoorbeeld als uw economische activiteit bestaat uit de verkoop van grond, dan is de BTW op uw publiciteitsfactuur niet aftrekbaar. Maar wat als de verkoop van de grond ondergeschikt is aan de verkoop (met BTW) van het nieuw opgerichte gebouw?