Vlaamse tewerkstellingspremie voor 50-plussers is aangepast

Ondernemingen die een werkloze 50-plusser aanwerven voor onbepaalde duur kunnen gedurende een of twee jaar een tewerkstellingspremie van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding krijgen. Voor indiensttredingen vanaf 1 januari 2015 hanteert men drie nieuwe premieschalen. Concreet betekent dit dat u geen premie meer krijgt voor het aanwerven van een werknemer tussen 50 en 55 jaar oud die op dat moment minder dan een jaar werkzoekende is.

Voorwaarden 50+-premie

In het Vlaams gewest kunnen werkgevers een tewerkstellingspremie krijgen als zij een werkloze werkzoekende 50-plusser aanwerven. Die tewerkstellingspremie is bedoeld om de tewerkstellingsgraad van 50-plussers te verhogen en vormt een compensatie voor de loonkosten.

De 50-plusser moet voldoen aan verschillende voorwaarden.
Hij is werkloos bij indiensttreding.
Is de werkloze werkzoekende 55 jaar of ouder, dan volstaat het dat hij de dag voor u hem in dienst neemt, is ingeschreven als niet-werkende werkzoekende bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB). Is hij jonger dan 55 jaar, dan moet hij de dag voor u hem in dienst neemt, minstens een jaar ingeschreven zijn als niet-werkende werkzoekende bij VDAB.
U neemt hem in dienst met een contract van onbepaalde duur.
Hij werkt minstens zolang in uw bedrijf als de periode waarin u de premie krijgt. Hij mag in de zes maanden voorafgaand aan zijn indiensttreding beperkt in uw bedrijf hebben gewerkt op voorwaarde dat de loonkost kleiner was dan 1.000 euro.
De 50-plusser moet wel niet noodzakelijk in Vlaanderen wonen.

Premieschalen

De hoogte en de duur van de premie worden bepaald door de leeftijd van de 50-plusser; de periode dat hij niet-werkende werkzoekende was; en het referteloon.
Voortaan hanteert de VDAB de volgende drie premieschalen:

Voor niet-werkende werkzoekenden vanaf 50 tot en met 54 jaar die op het ogenblik van de indiensttreding meer dan 1 jaar maar minder dan 2 jaar als zodanig bij de VDAB zijn ingeschreven, wordt de premie 1 jaar (4 opeenvolgende kwartalen) toegekend. De premie bedraagt 50% van de (geplafonneerde) loonkosten en maximum 4.505,46 euro. Voor het aanwerven van een werknemer tussen 50 en 55 jaar oud die op dat moment minder dan jaar werkzoekende is, is de Vlaamse tewerkstellingspremie afgeschaft.

Voor niet-werkende werkzoekenden vanaf 55 jaar die op het ogenblik van de indiensttreding minder dan 2 jaar als zodanig bij de VDAB zijn ingeschreven, wordt de premie 1 jaar (4 opeenvolgende kwartalen) toegekend. De premie bedraagt 50% van de (geplafonneerde) loonkosten en maximum 4.505,46 euro.

Voor niet-werkende werkzoekenden ouder dan 50 jaar die op het ogenblik van de indiensttreding meer dan 2 jaar als zodanig bij de VDAB zijn ingeschreven, wordt de premie 2 jaar (8 opeenvolgende kwartalen) toegekend. Ook dan bedraagt de premie 50% van de (geplafonneerde) loonkosten en maximum 4.505,46 euro.

De VDAB betaalt enkel voor periodes waarin u effectief aan de 50-plusser een loon uitkeert. Periodes waarvoor geen premie wordt uitbetaald, zijn: langdurige ziekte, loopbaanonderbreking, verlof om dwingende redenen, verlof voor palliatieve zorgen, een periode van technische werkloosheid,...

Online aanvraag

U kan de premie 50+ enkel aanvragen door u te registreren in de gegevensdatabank van de VDAB (http://www.vdab.be/werkgevers/mijnvdab). Dit moet gebeuren binnen de 3 maanden na de indiensttreding van de 50-plusser. De VDAB stort vervolgens - bij goedkeuring van de aanvraag - per kwartaal de verschuldigde premie.

Geen cumul met verschillende steunmaatregelen

Sinds 1 januari 2015 is er ook een nieuwe lijst van steunmaatregelen die niet met de tewerkstellingspremie voor 50-plussers cumuleerbaar zijn. Het gaat over de volgende maatregelen:

dienstencheques;

de loonpremie voor doelgroepwerknemers in het kader van werkervaringsprojecten;

de premie in het kader van de GESCO's (door de staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen);

de tussenkomst in het kader van het derdearbeidscircuit (werkgelegenheid in de niet-commerciële sector);

de loonpremie voor doelgroepwerknemers bij collectieve inschakeling (die wetgeving is nog niet in werking getreden);

de vergoeding voor het inschakelingstraject van doelgroepwerknemers in de lokale diensteneconomie;

de loonpremie voor werknemers tewerkgesteld in invoegbedrijven;

het loon van de personen die door het ocmw worden tewerkgesteld.

Nieuws

Wie zijn (uit de hand gelopen) hobby in een zelfstandige activiteit omzet om de verliezen ervan te kunnen aftrekken van andere inkomsten, moet uitkijken. Via datamining haalt de fiscus ondernemingen die permanent verlies lijden eruit en wordt, na controle, het verlies van de activiteit op nul gezet. Nu zet de fiscus de aanval ook in op de btw-aftrek.

Bedrijven die hun werknemers meer opleidingsuren toekennen dan reglementair is vereist, genieten sinds 1 januari 2021 van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Als de werknemer gedurende een ononderbroken periode van 30 kalenderdagen minstens 10 dagen opleiding volgt op kosten van de werkgever, dan moet de werkgever een bedrag gelijk aan 11,75% van de bezoldiging van de betrokken werknemer niet doorstorten aan de Schatkist.

De heer X koopt een woning van vennootschap A. Zijn vader was aandeelhouder van A. Volgens de fiscus is de woning verkocht voor een prijs onder de werkelijke waarde. Daarom wil de fiscus het voordeel in hoofde van X belasten als een divers inkomen. De rechtbank van Brussel fluit de fiscus terug.