Opeisbaarheid van btw: definitieve regeling (bijna) in werking

De opeisbaarheid van de btw is een onderwerp dat de laatste jaren voor heel wat ophef heeft gezorgd. In het kort kunnen de regels zo samengevat worden: het uitreiken van een factuur maakt op zich de btw niet meer opeisbaar. De datum van opeisbaarheid is immers verschoven naar het ogenblik van de levering, de voltooiing van de dienst of een (gedeeltelijke) betaling van de factuur.

De inwerkingtreding is meer dan eens uitgesteld, maar is effectief ingegaan op 1 januari 2015. De fiscus zal zich tot 30 juni 2015 nog wel soepel opstellen tegenover belastingplichtigen die hun computersystemen nog niet hebben kunnen aanpassen aan de nieuwe regels.

Voorafgaand: wat is het tijstip van opeisbaarheid

Het moment van opeisbaarheid van de btw is het tijdstip waarop het recht van de Schatkist ontstaat om de btw te vorderen van de persoon die de btw moet voldoen, ook al kan de betaling daarvan worden uitgesteld.

Principe: opeisbaarheid bij levering, voltooiing dienst of (gedeeltelijke) betaling

In de regel wordt de btw niet langer opeisbaar bij het uitreiken van de factuur.

Deze drie belastbare feiten maken de btw wel opeisbaar:

de levering van het goed;

de voltooiing van de dienst;

de betaling van (een deel van) de factuur.

Belang voor de klant

Ook voor de klant (als die belastingplichtige is) is dit tijdstip relevant. Het bepaalt immers vanaf wanneer hij de door hem betaalde btw kan aftrekken.

Moeilijkheid: wat als er een voorschotfactuur  wordt uitgereikt

Een voorschotfactuur kan worden uitgereikt vóór de levering heeft plaatsgevonden, vóór de dienst is voltooid. Op het moment van het uitreiken van de voorschotfactuur heeft er ook nog geen betaling plaatsgevonden.  Met andere woorden er is aan geen van de drie redenen van opeisbaarheid voldaan. De btw is nog niet opeisbaar. Maar, en dat is het nadeel, de afnemer kan de btw ook nog niet aftrekken.

Om aan deze moeilijkheden tegemoet te komen, golden er tot eind 2014 bij wijze van overgangsmaatregel administratieve toleranties. Ook nu de wettelijke regeling effectief in werking is getreden, blijven er enkele toleranties bestaan.

Nog steeds tolerantie: voorschotfactuur minder of meer dan zeven dagen voor levering/dienst

Ook de wettelijke regel is in zekere zin tolerant voor voorschotten gevraagd na 1 januari 2015.

Als de dienst of levering minder dan zeven dagen na de factuurdatum plaatsvindt, wordt de uitgereikte factuur beschouwd als een definitieve factuur en niet als een voorschotfactuur. Het zal dan in de praktijk niet (steeds) mogelijk zijn om ook de correcte datum van het belastbaar feit op de factuur te vermelden. Het volstaat de factuurdatum te vermelden. De dienstverrichter/leverancier moet geen verbeterend stuk opmaken.

Als de dienst of levering meer dan zeven dagen na de factuurdatum plaatsvindt, wordt de uitgereikte factuur een voorschotfactuur. Op deze voorschotfactuur moet een vermoedelijke datum van opeisbaarheid worden vermeld. Deze vermoedelijke datum van opeisbaarheid, kan één van deze data zijn: (i) de geraamde datum van betaling, (ii)  de uiterlijke datum waarop moet worden betaald of (iii) als die eerder valt de geplande datum van levering of voltooiing van de dienst. Het gaat maar om een 'vermoedelijke' datum: de fiscus zal niet moeilijk doen als deze datum achteraf niet blijkt te kloppen. Als de vermoedelijke datum van opeisbaarheid niet op de voorschotfactuur wordt vermeld, is de factuur onvolledig. Dit betekent dat de leverancier/dienstverrichter een tweede stuk zal moeten opmaken bij het opeisbaar worden van de btw (bij levering, voltooiing dienst of betaling).

Let dus op met het uitreiken van (voorschot)facturen. Voor de zekerheid (en het gemak) kan u best steeds de vermoedelijke datum van opeisbaarheid vermelden.

Ook tolerantie voor btw-aangifte

In principe moet de leverancier/dienstverrichter de handeling opnemen in de aangifte m.b.t. de periode waarin de btw opeisbaar is ( = wanneer de levering heeft plaatsgevonden, de dienst is voltooid, of wanneer hij de betaling heeft ontvangen). Bij wijze van tolerantie mag hij  dit al eerder doen, met name in de aangifte m.b.t. de periode waarin hij de voorschotfactuur heeft uitgereikt.

Ook voor de klant werd er een tolerantie ingevoerd. Die kan zijn btw al aftrekken in de maand waarin de voorschotfactuur werd uitgereikt, en hij moet dus niet wachten tot de btw opeisbaar is geworden.  Hij moet wel aantonen  dat de btw opeisbaar is geworden tegen het einde van de derde maand na die waarin de voorschotfactuur werd uitgereikt.

Nota Bene: niet voor handelingen met particulieren

Deze nieuwe regels zijn enkel relevant voor handelingen tussen belastingplichtigen. Dus als de afnemer ook een btw-plichtige is met recht op aftrek. Voor handelingen met particulieren wijzigt er niets.

Nieuws

Sinds dit jaar kunt u kiezen om een hoger bedrag te pensioensparen, tot 1.230 euro. Als u daarvoor kiest, krijgt u relatief wel een lager voordeel. De vermindering zakt van 30 % tot 25 % van het gespaarde bedrag. U moet er dus wel goed over nadenken. En er uitdrukkelijk voor kiezen.

Een goederenvervoersdienst vindt normaal gezien plaats in het land waarin de ontvanger van de dienst gevestigd is. Als het vervoer volledig binnen BelgiŽ, of volledig buiten de EU plaatsvindt, geldt de use and enjoyment-regel. Dan is de plaats van de dienst, de plaats van het werkelijk gebruik.

Sinds 15 juli kunt u onbelast bijverdienen tot 6.130 euro per jaar, met een maximum van 510,83 euro per maand. Let op het gaat om bij-verdienen. Dit fiscaal gunstregime telt enkel voor wie al een hoofdberoep heeft, en voor gepensioneerden.